Spaans Baskenland

De Golf van Biskaje bleek inderdaad geen watertje om mee te spotten met z’n idioot korte golfslag. Maar ja, als de diepte van 770 meter ineens oploopt tot ‘maar’ 125 en er 25 knopen wind staat (ca 5 Bft), dan krijgt je boot een zoute douche en onze nieuwe fok (door Marten meegenomen naar La Rochelle) een zoute doop. Toen de wind en de golven wat waren afgenomen, serveerde JW om 5 uur ’s morgens toch nog macaroni met ham en kaas, onze favoriete maaltijd tijdens lange tochten.

FOTO 2 Onze eerste voet aan wal in Spanje was in Baskenland, volgens de Basken dus niet in Spanje. In het eerste dorp dat we aandeden, Puerto de Motrico, vonden we meteen een mooie plek aan de kade. Omdat je in Spaanstalige landen (= bureaucratisch) super beleefd moet zijn, gingen we ogenblikkelijk op zoek naar de havenmeester. Het juffertje in het restaurant annex récepcion op de middenpier wist te melden dat er eind van de week wel weer iemand van de capitaneria zou zijn; en na ruggespraak met de man achter het frituur was ons verblijf ‘No problema’. En dat terwijl we nog wel van diverse kanten hadden gehoord dat buitenlandse jachten niet erg welkom waren!

In Baskenland is het verzet tegen Spanje overal voelbaar en zichtbaar: de broeierige atmosfeer veroorzaakt door het warme onweersachtige weer nog eens versterkt door de politieke leuzen op de rotsen gekalkt en op spandoeken in de dorpen.  
Baskenland is klein en kennelijk met een behoorlijke bevolkingsdichtheid, want elke 2 mijl is er weer een volgende haven. Maar wij gaan voorwaarts met enorme sprongen van 6 mijl!

FOTO 3 De meeste havens zijn gewoon vissershavens m.a.w.: zoek het maar uit. Een plek aan de kade, of aan een visser. Door onze huidige buurman-visser werden we ogenblikkelijk voorzien van diverse kunstazen om bonito’s mee te vangen, zijn specialiteit. Ze zien er zo cool uit met allerlei rubberen fliebertjes en glitters, dat als de vangst op zee niet lukt P ze altijd nog als oorbellen kan gebruiken en wellicht op de kant wat aan de haak slaan… 

FOTO 5 Met de visserij zit het hier als volgt in elkaar: vissersboot komt aan, gaat aan z’n mooring liggen en voert per bijboot ca 30 vuilniszakken à 10 kg van de beste vis (tonijn) af ten behoeve van family & friends en losse verkoop op de kade, en pas de volgende dag gaat de bulk uit het ruim en van minder allooi naar de visafslag. Wij eten dus tonijnmoten die afkomstig zijn uit 1 van die zakken.

De mensen hier zijn buitengewoon vriendelijk en behulpzaam, en al spreken de meesten naast Baskisch alleen Spaans, lukt het ons toch om een praatje te maken. De tourist board hier weet hoofd- en bijzaken te onderscheiden, want tussen de kleine foldertjes over de bezienswaardigheden vond JW tot zijn grote vreugde een hele brochure van 24 pagina’s A4 over de Baskische keuken. Compleet met recepten, o.a. onze favoriete “Gernikako piperrak”: kleine groene pepertjes, je moet ze niet te hard bakken in olijfolie, droogdeppen en met grof zeezout bestrooien. Een delicatesse!
Kortom: we genieten op alle fronten. Van het landschap (overweldigend), de gezellige sfeer (nog geen verdachte samenscholingen gezien) en de vriendelijkheid van de mensen. We hadden dit voor geen goud willen missen!

Vorige      Volgende