Op vakantie in Marokko: via de woestijn over de Middel Atlas naar Fès     Klik hier voor de kaart

Vervolgens naar Merzouga, vlakbij de Sahara, 40 km van de grens met Algerije. Overal roadblocks met vervelende politie op zoek naar verstekelingen en het was bloedheet (>40°). We maakten een mooie wandeling door de Sahara FOTO 13+14, sliepen in een Berber-tent FOTO 15 en op dag vier werden we om 04.00 uur gewekt om onze dromedarissen te bestijgen en de zonsopgang boven de Sahara mee te maken. FOTO 16-18 
Hier eindigde onze rondreis en gingen we per "grand taxi" naar Midelt, 200 km noordwaarts over de Middel Atlas. 
Midelt is een strategische stop-over, geen erg interessante plaats maar voor ons onverwacht leuk door de ontmoeting met Youssef. Hij toonde ons het museum van lokale Berber-cultuur en vervolgens nam hij ons mee naar zijn eigen huis in de kasbah. Het was leuk om te zien hoe zo’n woningen-kasbah (anders dan een kasteel-kasbah) is geconstrueerd. De mensen wonen op de eerste verdieping: Youssef met zijn moeder en twee van zijn vier zusjes, zijn oom en tante en hun vier kinderen, en twee katten. De schapen wonen ook in huis, en wel op de benedenverdieping. Ze worden rechtstreeks gevoed vanuit de keuken, want in de vloer zit meestal een luik waar het afval door naar beneden wordt gekieperd.
Zo’n kasbah-woning heeft geen ramen en daardoor is het er heerlijk koel. We werden getrakteerd op een glaasje thee met brood en zelfgemaakte abrikozenjam en we hadden een topmiddag. We knoopten er nog een leuke avond aan vast in een gezellig restaurantje en zo was Midelt uiteindelijk beslist niet saai.
FOTO 19 

Met de bus van Midelt naar Fès. Een makkie dachten we, met het grootste deel van de Middel-Atlas achter ons. Maar de omineuze zakjes werden al direct na vertrek uitgedeeld en niet voor niets.
In Fès namen we voor twee nachten ons intrek in een backpackers hotel in de oude stad. 
Fès is verdeeld in drie stadsdelen: Fès el-Bali (de oude stad), Fès el-Jdid (een nieuwere medina) en de Nouvelle Ville (modern). Het meeste is uiteraard te beleven in Fès el-Bali. In basis bestaat dit stadsdeel uit een aantal paleizen, moskeeën en medersa’s (koranscholen), prachtige architectuur en schitterend gedecoreerd.
FOTO 19A+20A Hiertussen hebben “de gewone mensen” zich gevestigd. Je vindt er de bekende soukhs met allerhande winkeltjes die per soort zijn gegroepeerd: rond de moskee worden religieuze producten verkocht zoals wierook en kaarsen en meer naar buiten toe worden de producten steeds “aardser”: van boeken via kleine lederwaren, kleding en textiel, schoenen en tapijten naar voedingsmiddelen. De soukh is niet toegankelijk voor auto’s, dus aan- en afvoer gebeurt per handkar, ezel en paard, zelfs voor Coca Cola FOTO 21. Van alle soukhs is die van de lederwaren het leukst, want erachter bevinden zich de “tanneries”: rijen stenen bassins waarin het leer wordt gewassen. FOTO 22 Vervolgens wordt het gelooid en gekleurd in opnieuw rijen bassins. Tenslotte wordt het op de daken te drogen gelegd. Het kleuren gebeurt met natuurlijke producten zoals henna (oranje), pepermuntkruid (groen), indigo en saffraan. Het leer ligt wekenlang te weken en de stank is verpletterend.
Wie iets anders dan etenswaren koopt in de soukh, moet onderhandelen over de prijs; dat geldt voor de lokalen en veel meer nog voor toeristen, want aan hen worden idiote bedragen gevraagd. Verder zijn de Marokkanen goudeerlijk. Misschien omdat de Koran het hun gebiedt, misschien omdat de straffen niet mals zijn, maar een ansichtkaartenverkoper toonde het weer eens aan toen we 5 kaarten bij hem afrekenden voor 2 euro. Dat hij een rekenfout had gemaakt (Marokkanen kunnen niet rekenen), bleek toen hij ons achterna kwam. We waren al zeker een paar honderd meter de heuvel op geklommen, en hijgend en puffend gaf hij ons 1 euro terug.
Fès is beroemd om zijn keramiek
FOTO 23 en om zijn schitterende zellij: mozaïeken gemaakt van kleine met de hand in de juiste vorm geslepen steentjes FOTO 24. Er zijn meer dan 360 vormen en vele bijzondere kleuren; de mathematische geometrie en de creativiteit waarmee deze is toegepast, maakt dat je er uren naar kunt kijken.
In de paleizen zijn hotels en restaurants gevestigd en ze zijn alleen te bezichtigen met (prijzige) consumptie. Na een blik op de menukaart wilden we meteen opstappen, maar wegens komkommertijd zei de ober dat we konden volstaan met één menu voor twee personen. De porties waren inderdaad belachelijk groot en we voelden ons ongelukkig met al die armoede op een paar meter afstand.
De volgende dag met de trein naar Casablanca in de hoop op minder kots rondom en YES! Jammer dat er niet meer treinen zijn in Marokko! Het laatste stukje met de bus naar huis, waar de door het personeel van de Association Nautique El Jadida bewaakte Witte Raaf op ons lag te wachten.

Vorige      Volgende