In Suriname op jungle-expeditie     Klik voor de kaart

Onze eerste jungle-expeditie had als doel de Blanche Marie watervallen. Afstand circa 200 km, maar de weg was slecht!! Hier zeggen ze: broko broko straat. FOTO 1 We reden per 4-wheeldrive door een savannebos richting zuidwest over een weg die voornamelijk bestond uit kuilen met of zonder water; een hels gebonk en gehobbel met een gemiddelde snelheid van ca 25 km per uur. Onderweg konden we het zweet gelukkig steeds van ons af wassen in de vele meertjes die Suriname rijk is. FOTO 2 Fris stromend water; alleen de kleur is niet fris want het water is transparant bruin/zwart (zoals cola), veroorzaakt door de bladeren die er in vallen. FOTO 3 Dit soort watertjes dragen veelzeggende namen zoals Blaka Watra en Colakreek. Na de eerste dag hingen we onze hangmatten onder een dakje in het praktisch verlaten Alfonsdorp (de enige bewoner is nu nog Alfons' broer), slecht geslapen want het is erg wennen in zo'n ding. De volgende dag ging het savannebos over in oerwoud, de bruggen werden steeds slechter FOTO 4 en hebben we nog veel erger gehobbeld, maar de dieren die we onderweg tegenkwamen maakten veel goed: gieren, een paradijsvogel, konkoni’s (goudhaas), diverse soorten apen, een gordeldier, draagmieren FOTO 5 , bijna allemaal te snel om te fotograferen maar de landschildpad kon niet aan onze camera ontsnappen. FOTO 6  
De Surinamers zijn enorm trots op hun watervallen en daarom waren onze verwachtingen van Blanche Marie hoog gespannen; iets in de trant van de Niagara Falls, dachten wij. Het viel niet mee, de meeste watervallen in Europa zijn al hoger. FOTO
7 En de kleinere “watervallen” in de buurt zijn niet meer dan stroomversnellingen waar je overigens heerlijk kunt pootjebaden. Maar de dag erop hebben we een klauter"wandeling" gemaakt door het oerwoud, wat helemaal gaaf was. We moesten over liggende boomstammen balanceren, onder omgevallen oerwoudreuzen door kruipen, langs “zwampen” FOTO 8 en ons een weg banen door struikgewas. Gids Henkie had een houwer bij zich, zo’n gigantisch kapmes. En dat was wel nodig ook.

De flora in Suriname is minstens 5x zo uitgebreid als die in Nederland, zodat het merendeel nieuw voor ons was. De hoge bomen in de greep van abrasa’s (boomwurgers) FOTO 9 , de kaarsboom waar een schimmel op groeit die eruit ziet als kaarsvet en ook dezelfde eigenschappen heeft (dus licht is altijd bij de hand in de jungle), de ijzerboom die hard is als staal en als je ertegen mept met je houwer, dan hoor je een metaalachtig geluid (handig om jaguars af te schrikken), de opvallende paloeloe FOTO 9A waar je ook kijkt; en de “wachteenbeetje”, een struik die overal weerhaakjes heeft en als je erlangs loopt zit je meteen vast; maar beweeg je even terug naar achteren, dan ben je meteen los. We hebben geen poema’s en cheeta’s gezien, tapirs noch jaguars al zagen we van de laatste wel sporen.

De derde dag hobbelden we naar Apoera aan de Corantijn, de grensrivier met Brits-Guyana. Al sinds 2000 voor Chr. wonen hier Indianen, dus een omgeving die je met respect in je opneemt. Weer een gave "wandeling" waarbij we een riviertje moesten oversteken via een "brug" gemaakt van 2 planken die overgingen in... 1 boomstam. Dat was op de heenweg al eng, maar op de terugweg stond het water 30 cm boven de boomstam dus toen was het waden over de brug. De wandeling leidde naar een traditioneel Indianendorp iets ten zuiden van Apoera waar men onder vrij primitieve omstandigheden in hutjes leeft
FOTO
10 (nou ja hutjes, het zijn eigenlijk een paar palen met een dak van bladeren erboven, waaronder men kampeert). De mensen zijn allervriendelijkst, we hadden helemaal niet het gevoel van “aapjes kijken” maar we vrezen dat de kinderen geen scholing krijgen. Apoera zelf is behoorlijk geciviliseerd en men vindt het belangrijk dat de kinderen goed onderwijs krijgen. We bezochten een basisschool FOTO 11  en spraken met de directeur die enthousiast vertelde over de kwaliteit van het onderwijs.

's Middags terug naar de broer van Alfons, het had flink geregend dus de weg was nog wat slechter. FOTO 12 ’s Nachts weer hangmatten (JW verkoos een veldbed, er waren er twee mee voor je weet maar nooit welke Bakra die hangmat niet overleeft) en heerlijk geslapen want wie moe is die slaapt! P was zelfs al onderweg op het ergste hobbelstuk in slaap gevallen terwijl we nota bene in de auto zaten bij de ergste wegpiraat van Suriname, onze gids Henkie.

Nog even wat over de mensen. Suriname kent veel verschillende bevolkingsgroepen: Indianen (oorspronkelijke bevolking, nu slechts 1%), Boslandcreolen (vrijgevochten slaven), de gewone Creolen (minder zwart) en ter compensatie van het gemis aan slaven na de vrijmaking werden nieuwe arbeidskrachten geronseld in de vorm van Hindoestanen, Javanen en Chinezen; de “blanke” afstammelingen van degenen die zich de kolonie eens hebben toegeëigend. Plus de moksi’s (mengsels) die daaruit voortkomen. En dan de nieuwe bevolkingsgroep: de blaka Bakra’s ofwel de bounty’s: zwart van buiten en wit van binnen zijn deze mensen in Suriname geboren, in NL opgeleid en als volwassene teruggekeerd naar hun geboorteland. 
Het leuke van Suriname is dat niemand moeilijk doet, al is roddelen wel de nationale sport. Men respecteert elkaar en culinair gesproken is de keuze geweldig uitgebreid. 
Elke bevolkingsgroep heeft zijn eigen taal, maar iedereen spreekt Sranan en Nederlands; de laatste is de officiële taal. Met een Surinaamse inslag natuurlijk; niet alleen het grappige accent, maar ook qua uitdrukkingen. Als je vraagt wat ze het liefst doen, dan is het antwoord: “Een beetje zitten. Een beetje eten.” Het werkwoord “zetten” wordt overal voor gebruikt. Het betekent: doen, gebruiken, nemen, toevoegen. “Eerst zet je een beetje ui in de pan, dan ga je dat een beetje bakken” enz. Het werkwoord “gaan” komt ook in bijna elke zin voor. “Ga jij blijven slapen?” De taal doet een beetje sloom en soms nogal archaďsch aan, maar Surinamers kunnen ook vreselijk grappig en recht-voor-z’n-raap uit de hoek komen.

Vorige      Volgende