Het gebaande pad: Jodensavanna, Brownsberg en Tonka-eiland   Klik voor de kaart

Het pleintje van Domburg (waar de boot ligt) blijft een aangename plek in de schaduw van de indrukwekkende mahoniebomen. FOTO 1 Deze boomsoort komt niet oorspronkelijk voor in Suriname. De bomen zijn geplant door koningin Juliana, toen Suriname nog een kolonie van Nederland was en ze Domburg in 1965 een bezoek bracht. Ze kwam per boot, er werd een rode loper voor haar uitgelegd en langs die loper heeft ze de boompjes geplant. Inmiddels zijn het reuzen en we kijken er altijd met ontzag naar. (Het interieur van Miep is ook van mahonie.)

Marjon kwam hier een week met vakantie (veel te kort) dus dat was een goede aanleiding voor een tripje richting binnenland. Naar Brownsberg en Tonka-eiland via Jodensavanna en Blaka Watra. Een beetje de geijkte toeristische tour, maar wat kon ons dat schelen en bovendien kwamen we eigenlijk alleen op Brownsberg andere toeristen tegen.
We stapten in het busje van meneer Twist, na wat netwerken speciaal voor ons drietjes afgehuurd voor een schijntje. De eerste dag togen we via een primitief bosnegerdorpje
FOTO 2 en het toeristenstrand en resort Overbridge (nogal een contrast dus) naar Jodensavanna.
Jodensavanna is een belangrijke plaats in de Surinaamse geschiedenis omdat het land in eerste instantie tot bloei is gebracht door joodse kolonisten, die in de 17e eeuw de eerste plantages opzetten in dit gebied. De heuvel bood goed uitzicht op de nabijgelegen plantages en er waren twee waterbronnen, waarvan een geneeskrachtig. Er werd een synagoge gebouwd (1685) en zo was Jodensavanna het centrum van de joodse gemeenschap, tot het in 1832 door een brand in de as werd gelegd en de joden naar Paramaribo trokken. De ruďne van de synagoge en de begraafplaats FOTO 3 vormen nog steeds een toerisistische trekpleister. We hadden een grote zak bloem meegenomen (er was nog 15 kg over van de oceaanoversteek), waarmee meneer Twist moeilijk leesbare tekst op de grafstenen weer leesbaar maakte.

Iets voorbij Jodensavanna ligt Blaka Watra, indertijd het vakantieoord van de beroemde premier Jopie Pengel. Pengel liet een betonnen stroomversnelling bouwen in de Casiporakreek en het bubbelbad in de stroomversnelling is nog steeds een topattractie.
We overnachtten in Redy Doti, hetgeen betekent: Rode Aarde. Vreemd want dit dorp ligt in het savannegebied waar de aarde wit is?! Redy Doti is een klein Indianendorp en meneer Twist wist er een mooi kampement met uitzicht op de rivier. We aten gezamenlijk met de familie die de eigenaren waren van het dak boven onze hangmatten en de hond die ons bewaakte, heel genoeglijk en heerlijk rielekst.
 

Op 110 km van Paramaribo ligt het natuurpark Brownsberg (6000 ha). De benaming van de berg
vindt zijn oorsprong in de 19e eeuw, toen John Brown daar actief was als goudzoeker; met weinig succes overigens.
Nadat de goudkoorts enigszins geluwd was, kreeg Suralco het gebied in concessie voor de winning van bauxiet; weer zonder succes. Het gebied werd overgedragen aan Stinasu, de stichting voor natuurbehoud in Suriname, die het omtoverde in een prachtig natuurpark. We maakten er een mooie wandeling begeleid door het oorverdovende lawaai van een langstrekkende groep brulapen.
Vanaf de berg kun je het Prof. Dr. Ir. W.J. van Blommesteinmeer zien, in de volksmond gemakshalve “het stuwmeer” genoemd. De laatste tijd zijn in Suriname allerlei nieuwe namen uitgedeeld aan bestaande zaken (in Paramaribo gebeurt dit veel met straten, heel erg onhandig) en dit meer heet tegenwoordig Brokopondo-meer.

Het stuwmeer is in 1964 aangelegd i.v.m. de aluminiumproductie. De 6.000 bewoners van het gebied zijn geëvacueerd naar remigratiedorpen en men had zich voorgenomen ook zo veel mogelijk dieren te redden. Er zouden 10.000 dieren zijn gered en slechts 100 dieren verdronken, maar dat kunnen we eigenlijk niet geloven als je je realiseert dat het meer ongeveer zo groot is als de provincie Utrecht. In elk geval zijn wel alle bomen verdronken en het is een nogal onwezenlijk gezicht, al die dode stammen die als grafzerken uit het water oprijzen en het strand een bizar knekelhof. Het is een fascinerend landschap en we hadden geluk want het kan behoorlijk druk zijn op Tonka-eiland, maar wij hadden deze voormalige bergtop voor ons alleen.
FOTO
4  5  6

Tot slot de Surinaamse taalrubriek. Een flat met een balkon is een bungalow met een terras en als je in de stad bijvoorbeeld wilt doorsteken van de Watermolenstraat naar de Waterkant, dan zeg je dat je  “boort” via de Krabbensteeg. Zo’n doorsteekje heet in het Sranan een “boru pasi”, ziedaar de link (het NL woord vermoedelijk het origineel). Een hond kan onder een hek boren, je kan ook geboord zijn in je hoofd en verder heeft boren  nog een andere betekenis, jullie snappen het zeker wel.
Ook het woord “hengelen” heeft meerdere betekenissen. Surinamers hengelen namelijk niet alleen op vis. De meeste vensters en balkons van huizen in Paramaribo e.o. zijn voorzien van dievenijzers: traliewerken die frisse lucht binnen laten, maar geen inbrekers. Toch is onze beste handdoek van de waslijn gestolen. De dief weet waarschijnlijk niet wat hij in handen heeft, want een handdoek van € 25,- heeft hij vast nog nooit gezien. Hij is over een hoge muur (met glasscherven) geklommen en heeft met een hengel de op de eerste verdieping achter de tralies hangende handdoek opgevist. Ze doen hier wel een hoop moeite voor een kleine prooi, maar kennelijk is het de moeite waard. Kunnen ze weer een snufje coke kopen.

Vorige      Volgende