In de greep van Carriacou en Petite Martinique Klik voor de kaart van onze eerste Caribische trip
Klik op de foto's in het filmpje om ze te vergroten; of klik op de fotobalkjes in de tekst

 

Op Grenada vierde P haar verjaardag en we ontvingen zelfs verjaardagsvisite: Peter (“Leviathan”), met wie we 2 jaar geleden op de Canaries een poosje hebben opgezeild. Helaas was ie twee dagen verlaat want de wind laat zich nou eenmaal niet dicteren en vanuit Curaçao (425 mijl) tegen wind en stroom in betekent een week boksen en duikboot spelen. In zijn geval negen dagen en hij begon al stemmen te horen in de afvoer van de douche. Wij houden ons voorlopig maar even bij de Bovenwindse eilanden.

Vanuit Grenada naar Carriacou is een tochtje van 30 mijl. Het was rustig weer en we konden voor het eerst sinds lang eens prettig zeilen bij 15kts wind met het grootzeil op en de #3 high-aspect; de perfecte zeilvoering voor deze windrichting en –sterkte. Het spectaculaire aan de tocht is, dat je vlak langs Kick’em Jenny komt. Dat is een werkende vulkaan, recent uitgebarsten in 1990. De top ligt 100m onder water en komt langzaam naar boven; en als je een beetje boft rookt ie zelfs. Maar toen wij erlangs gingen was de zee alleen maar een beetje choppy door het hoogteverschil in de zeebodem en de stroom. Het zicht op Carriacou terwijl we erop af voeren was mooi en typisch, want het ziet eruit als een verzameling van allemaal kleine vulkaantjes.

Carriacou is maar een klein eiland (ca 18 km2) maar het staat bekend als “the island with over a hundred rum shops and only one gasoline station”.
Een perfecte omschrijving en we deden er meteen een paar aan tijdens onze wandeling vanaf Tyrrel Bay naar Hillsborough (5km). De weg loopt langs allerlei in vrolijke kleuren geschilderde huisjes via L’Esterre Bay alias Paradise Beach, aan de foto’s kun je wel zien waarom. Geen cruiseschepen, geen grote hotels, geen appartementencomplexen, nauwelijks toeristen en dan uitsluitend type backpacker. Een volstrekt relaxte Caribische atmosfeer, misschien nog wel authentieker dan op Tobago.
Helaas zal dat niet lang meer duren. Aan de NE-kant van onze baai is een marina in aanbouw, te oordelen naar het grondwerk dat al is verricht.

Eromheen ligt een geweldig knekelhof van koraal dat is weggehakt (een stuk van 300x200m koraalrif naar de filistijnen) en vervangen door betonnen funderingen. Ook een deel van het mangrovebos is opgeofferd. Gelukkig is er nog genoeg en je mag er met je dinghy in varen. Dat doen de locals ook, om oesters te plukken. Die groeien tussen de wortels, samen met bossen snoezige zeeanemoontjes.

Carriacou is Carib(indianen)-taal en betekent “eiland omgeven door riffen”. Ook daarvan zijn er inderdaad plenty. We hadden er eentje direct naast de boot en P dook de eerste dag al drie conchas, van die enorme schelpen op. Met Peters dinghy stoven we opnieuw naar L’Esterre Bay waar we gingen snorkelen op het rif aan de noordkant van het idyllische Sandy Island dat in het midden van de baai ligt. Werkelijk schitterend en heel levendig! Uitgestrekte koraalvelden en wuivende koraalbomen en -bladen in alle kleuren van de regenboog. Al dit moois bevolkt door een enorme vispopulatie en we zwommen ook nog een eindje op met een schildpad die ons niet in de smiezen had. P vond tussen de bedrijven door nog heel wat conchas en koralen, die een plaatsje gaan krijgen in onze tuin.

Het is ons opgevallen dat vissers die rondvaren in kleine triplex bootjes, een batterij aan Yamaha-paardekrachten aan de spiegel hebben hangen. Wat blijkt? De Japanse walvisindustrie heeft de vissers omgekocht om positief te stemmen voor de walvisvangst, en in ruil voor hun stem kregen ze vanuit Japan die dikke machines achterop. Een gemiddelde open visboot met een lengte van 8 meter vaart met twee buitenboordmotoren van elk 75 PK. De uitschieter was een iets grotere boot met 3x 275 PK, qua aanschafkosten het equivalent van 3 middenklasse auto’s; ongelooflijk.
De West-Indiërs zijn niet alleen in de ban van dikke motoren (want dat is echt een hype hier), het wereldkampioenschap cricket is het gesprek van de dag. TV’s en radio’s staan continu te bleren en ook de kinderen batten en bowlen enthousiast op straat met plastic of zelfgefabriekte triplex bats; het is een leuk gezicht.

Staatkundig zit de oostelijke Carieb nogal verwarrend in elkaar. De Grenadines horen niet bij Grenada maar bij St.Vincent en de Tobago Cays horen niet bij Tobago maar bij de Grenadines (=St.Vincent), twee landen noordelijker dan Tobago. En Petite Martinique hoort bij... Grenada.

Grenada, Carriacou en Petite Martinique vormen gezamenlijk een “tri island state”. Aangezien we zo langzaam zijn als slakken en overal blijven plakken (rijmt), en de eerste twee uitstekend zijn bevallen, wilden we PM niet links (letterlijk rechts) laten liggen. PM ligt ten NE van Carriacou, samen met Petit St.Vincent (onderdeel van de Grenadines) en een uitgestrekt rif rond de eilandjes. Deze combinatie resulteert qua zeilen in een soort Haringvlietgevoel want het water is vlak en de zeiltocht naar de beschutte ankerplaats een cadeautje.

Petite Martinique is de grootste van de twee en is wel 1 bij 1 (land)mijl groot. Je ankert vlak voor het strand en na een wandeling rond het eiland ploften we neer in Palm Beach restaurant met uitzicht op Miep en ze serveerden er tot P’s vreugde lambi fritters, het beest uit die reuzenconchas dus. Het strand ligt trouwens helemaal vol met lege conchas.
Het aangename van Petite Martinique is dat er volstrekt maar dan ook volstrekt niets te doen is. De geiten houden het land een beetje bij, de bewoners leven van visserij en verder hangen ze wat rond, spelen cricket of vliegeren. We kochten vijf langoesten van een visser (12 euro) en P was de enige die ze durfde beet te pakken.

Petit St.Vincent hebben we ook nog maar even bezichtigd per dinghy van Peter. Het eiland wordt geheel in beslag genomen door een luxueus resort. Overal langs het strand staan hutjes met hangmat en strandbedden, ijswater in een koeler en glazen erbij. Al leek het erop dat niemand er gebruik van maakte (want zo veel gasten waren er niet in het resort), we hebben het toch maar niet aangeraakt. Verder wordt het verhaal eentonig want deze blasé yachties hebben ook hier weer heerlijk gesnorkeld in helder water, koraal koraal en koraal, prachtig.

Vorige      Volgende