Northern Grenadines: Canouan, Mustique en Bequia   Klik voor de kaart van onze eerste Caribische trip
Klik op de foto's in het filmpje om ze te vergroten; of klik op de fotobalkjes in de tekst

 

“Canouan” betekent “schildpadden” in Carib-indianentaal. Die zwemmen hier in groten getale rond en ook aan land is het schildpaddentempo de standaard. Een verademing na de toeristische Tobago Cays waar het vol ligt met poenige jachten. Na ons arriveerden die overigens ook en er is hier bovendien een filiaal van The Moorings (charterboten), een resort (voorlopig nog onzichtbaar) en een luxe hotel aan het strand waar je voor 5 USD een kwartier kunt internetten. Maar aan het dorpsleven is dit geldgeweld tot nu toe compleet voorbijgegaan. Geen souvenirshops. Geen op toeristen ingestelde cafés en restaurants. Geen toeristenprijzen zoals op Union Island. Er is welgeteld 1 tentje waar je local food kunt eten. We kregen er barracuda met patat en sla, diverse rumcola’s en koffie met cake toe en het geheel kostte nog geen 14 euro.
Op dit eiland is toerisme en authentiek dorpsleven voorlopig nog strikt gescheiden. Maar het duurt niet lang meer, voorspellen we somber; de eerste tekenen van opkomst (voor ons ondergang) zijn zichtbaar: een hagelnieuwe kleine supermarkt in het dorp en een airstrip in aanbouw.
Snorkelen is geweldig maar duiken is toch net een graadje mooier. Het geeft je de kans om langduriger tussen de vissen en koralen te zweven en zodoende vorm je meer een eenheid met de kleurrijke onderwaternatuur. Helaas zijn de mooie plekken vaak moeilijk bereikbaar, zoals het geval is met strandloze rotsen een paar mijl uit de kust. Canouan heeft echter een geschikte duikplek bij Corbay, een piepklein en zeer beschut ankerbaaitje waar Miep precies in past. Dus op de punt daarvan gingen we naar beneden. Diepte 8-10 meter, weinig stroming dus een eenvoudige duik om er weer een beetje in te komen (we dachten dat we wel een beetje roestig zouden zijn na 2 jaar). Na het duiken probeerden we de flessen weer bij te vullen met ons eigen luchtcompressortje, maar die was roestiger dan wij na 2 jaar. Even naar kijken in Bequia dus.

Mustique is no-go area want uitsluitend bevolkt door Britse royalty, popsterren zoals Mick Jagger, David Bowie en Elton John, filmsterren en Arabische sjeiks. Wil je er overnachten dan heb je keuze uit twee hotels: 900 USD per nacht of slechts 480 USD; daar zullen de kakkerlakken wel door de badkamer rennen. Guesthouses en appartementen bestaan niet op Mustique, wel kun je een villa huren vanaf 3000 USD per dag; de duurste kost 30.000 USD maar dan mag je ook wel een hele week blijven. Kom je per zeilboot, dan lig je verplicht aan een mooring (17 USD). Kortom: genoeg redenen om Mustique maar over te slaan en bovendien schijnt de naam te zijn afgeleid van het woord “mosquito”...

“Bequia” is ook Carib-indianentaal en het betekent “Island of the Clouds”. Er hingen inderdaad behoorlijk wat wolken in de buurt toen we aan kwamen zeilen. Overigens (het wordt vervelend!) wéér zo’n aangename zeiltocht! Totaal 18 mijl, halve wind, snelheid over de grond ruim 8 knopen (stroom mee zeker), geweldig!
Je spreekt Bequia op z’n Engels uit als “Beck-way”. Bequia is inderdaad wel behoorlijk Backway voor zo’n groot eiland, te oordelen naar het levensmiddelenassortiment in de supermarktjes. Euramerican welvaart is hier nog niet echt doorgedrongen, al liggen er wel veel charterboten. Maar langs het strand is het een aaneenrijging van kleurige bootjes op het zand, gezellige beach bars en restaurants, en zelfs de wat meer pretentieuze (2) zijn nog steeds casual en vol met lokaal volk. De eerste indruk van Bequia is: gezellig. Onze favoriete beachbar is de Frangipani, koosnaam Frangi. Heerlijke hangbanken en barmannen die precies op het juiste moment langs onze (dan juist lege) glazen lopen. Er loopt een verhard strandpad vlak langs zodat er tijdens de borrel is genoeg te zien is (en te bespreken). Het favoriete drankje is de Grenadines rumpunch: 1/3 rum, 1/3 mix van grenadinesiroop, ananassap en sinaasappelsap, 1/3 ijsblokjes, beetje Angostura aromatic bitter, wat nootmuskaat omdat we zo dicht bij Grenada zijn en eventueel een maraschino kers omdat dat zo leuk staat. Heerlijk, maar na 3 ben je ladder.
Bequia is beroemd om z’n traditionele open spitsgatters. Ze zijn de trots en glorie van hun eigenaren, strak in de lak en er wordt enthousiast in geraced. Voor de Eastern Regatta (dan staat het hele eiland op z’n kop) waren we helaas twee weken te laat, maar de spitsgatters varen gelukkig het hele seizoen.

We hebben intussen wel ontdekt dat er op al die Caribische eilandjes verdomd weinig te doen is. Dat vermoedden jullie natuurlijk altijd al, maar dat is de kift zullen we maar zeggen. Feit is dat watersportbeleving hier werkelijk fantastisch is. Zeilen: in 1 woord geweldig. Zwemmen, snorkelen, duiken: magnifiek. En de hele dag door want de temperaturen zijn van de vroege morgen tot de late avond aangenaam (gemiddeld 30°C). Maar aan de andere kant... Bequia is een van de twee grootste Grenadines en welbeschouwd kun je aan land weinig ondernemen, behalve winkelen. En op een gegeven moment heb je alle T-shirts en handicraft wel gezien; het meeste is meer van hetzelfde in felle kleuren; de mooiste dingen zijn schaarser en tonen de schoonheid van de natuurlijke materialen waarvan ze zijn gemaakt: kokosnoot, schildpadschild, koraal.

Er is een interessant bouwproject geheten “Moonhole” en de naam verwijst naar het feit dat de maan er 2x per jaar door een bepaald gat naar binnen schijnt. Het bestaat uit een aantal huizen die zijn gebouwd als eenheid met de omgeving; organische architectuur heette dat in 1970. Wij krijgen van zoiets meteen de kriebels want denken dan aan geitenwollen sokken. En zo’n bijzonder idee is het nou ook weer niet, op Gran Canaria zijn grotwoningen doodgewoon en ontstaan uit praktische overwegingen (koel in de zomer, warm in de winter).

The Oldhegg Turtle Sanctuary leek ons boeiender. Hier redt Orton G. (Brother) King o.a. de Hawksbill turtle. Dit type schildpad dreigt uit te sterven en Brother King’s levenswerk is jonkies opkweken (in de vrije natuur zijn er te weinig die overleven tot volwassenheid) en als ze volwassen zijn vrijlaten, zodat de populatie vanzelf weer groeit. In de twaalf jaar dat hij zich voor het goede doel inzet, heeft hij al 838 schildpadden teruggezet in zee. De man is een absolute idealist, voor 100% toegewijd aan zijn doel; onzelfzuchtig bovendien want hij verdient er geen cent mee. 
Brother King heeft een overdekte ruimte waarin hij verschillende bassins heeft gebouwd. De schildpadden eten tonijn en sardines uit blik en sla. Ze zijn in leeftijdscategorieën over de bassins verdeeld, want de grote proberen de kleinere schildpadden steeds te overheersen; om maar niet te spreken van de echte jonkies (op 2 weken oud). De Hawksbills hebben karakter. Ze zijn nieuwsgierig, vooral de beweeglijke Busybody (11 jaar), die zo tam is dat ze nog niet kan worden vrijlaten want dan wordt ze meteen gevangen. Op termijn wordt ze natuurlijk toch losgelaten, maar pas als ze voor nageslacht kan zorgen en dat is ongeveer als ze 25 is. Ze heeft dan nog een heel leven voor zich want schildpadden kunnen wel 200 jaar oud worden.
Hawksbill turtles zijn geen lieverdjes. Ze zijn druk en als je niet oppast bijten ze. Dit in tegenstelling tot de Green turtles, die de rust zelve zijn. De Hawksbill gaat er sneller vandoor (in het filmpje zie je hoe hard ze zwemmen). Zijn bek lijkt op de snavel van een havik, vandaar de naam. De tekening is ook veel drukker dan die van de groene soepschildpad. We hebben flink wat schildpadden gespot bij Mayreau en de Tobago Cays en P (dol op schildpadden) had al opgemerkt dat je vlak naast of boven ze kan zwemmen, naar beneden duiken en ze in de ogen kijken; je kunt ze zelfs aanraken, zo lang je ze maar niet laat schrikken.

Filmpje Hawksbill turtles (1,12 Mb)

Vorige      Volgende