St.Vincent Klik voor de kaart van onze eerste Caribische trip
Klik op de foto's in het filmpje om ze te vergroten; of klik op de fotobalkjes in de tekst

  

De Carib-indianen noemden St.Vincent Hairoun (“Land of the Blessed”). Het lokale bier heeft dezelfde naam en smaakt heerlijk, vooral omdat het ijskoud wordt geserveerd. Dit is standaard in de Carieb en je krijgt er ook geen glas bij want daar wordt het bier alleen maar warm van.

We dachten in de hoofdstad Kingstown te gaan liggen, want JW moest nodig naar een supermarkt en volgens onze pilot was er een ankerplek met een strandje. Met de nadruk op wás, want onze pilot dateert uit 1996 en toen was de ankerplek nog niet opgeofferd aan het massatoerisme in de vorm van een enorme cruiseschepenterminal. Ons anker laten vallen pal naast een sloppenwijk leek ook geen optie, dus hesen we de zeilen maar weer en zeilden langs de westkust naar Wallilabou Bay. Een snoezig baaitje omgeven door indrukwekkende rotsformaties. De baai is ontzaglijk diep (toen we er al ruim in waren gevaren gaf de dieptemeter nog steeds geen uitlezing, en dan is het meer dan 100 meter) en loopt steil op aan het strand. Ankeren kan niet. Het restaurant aan de baai heeft heel leep 7 moorings neergelegd, gratis als je komt dineren. Boatboys – de een wat meer afwachtend wat betreft klandizie dan de ander liggen met hun roeibootjes klaar om je boot met een voorlijn aan een mooring te knopen en de achterlijn aan een boom vast te binden. Ze verkopen natuurlijk ook ijs, brood, fruit, kreeft, kettinkjes en armbandjes en trips over het eiland.
In onze pilot stond logischerwijs ook niet dat Wallilabou Bay de set was van “Pirates of the Caribbean 2”. Het restaurant is echt, maar de overige oude “huizen” zijn decor en bestaan uitsluitend uit een voorgevel. De Carieb moet indertijd wel hebben gedreund van het filmspektakel, want we zijn ook op andere eilanden kleurrijke locals tegengekomen die vertelden dat ze een bijrol hadden.

We hadden wel zin in een toertje rond het eiland, maar dat zou ongeveer 100 euro moeten kosten en we hadden het gevoel dat het dat niet waard was. Zeker omdat er wat ons betreft geen uitstapje naar de vulkaan in zou zitten want er gaat geen weg naartoe. Je kunt wel lopen maar dat duurt 3 tot 5 uur en wij zijn niet van die stoere wandelaars. Er is maar 1 weg op St.Vincent en dat is een weg langs de kust, waarbij de noordpunt niet bereikbaar is. Omdat taxichauffeurs door alle klandizie die ze van de cruiseschepen krijgen, schijnen te denken dat de bomen de hemel in groeien, besloten we het op eigen gelegenheid te doen; d.w.z. per gewone bus en dat was een groot succes! Eerst naar Kingstown. Dit 14-persoons busje met maniakale chauffeur bleek van elastiek te zijn want op een gegeven moment zaten er wel 23 passagiers in. St.Vincent is buitengewoon grillig en steil en de wegen bestaan uitsluitend uit haarspeldbochten. Ze zijn zo steil dat er met een rotvaart tegenop moet worden gereden en elk moment kan je in een bocht op een tegenligger vliegen. Er wordt wel getoeterd maar met die snelheden is het natuurlijk altijd te laat. In de bochten hellen de busjes vervaarlijk over, zeker als er te veel passagiers in zitten. We hebben wel eens gehoord dat zo’n busje echt omviel... Kortom, als verkeersdeelnemer (of passagier) moet je een ware doodsverachting hebben. Maar we arriveerden heelhuids in Kingstown.
Na een stadswandeling en lunch wilden we de volgens toeristische brochures beroemde petroglyfen gaan bekijken. Dit zijn rotstekeningen die honderden jaren geleden zijn gemaakt door de eerste bewoners van het eiland, de Arawak-indianen. Maar wie we er ook naar vroegen (lokatie), niemand scheen te weten wat we bedoelden. Dit plan fluks geskipt pakten we een bus die ons langs de hele Windward kust voerde. Met de golven die hier op de stranden beuken, onderscheidt deze kust zich duidelijk van de Leeward kust waar wij in alle rust met Miep liggen. Charles de buschauffeur had lol in ons en reed nog een eindje verder naar een mooi uitzichtpunt. Vervolgens werd de bus getransformeerd tot schoolbus en gingen we de kids van school halen. Kortom voor 20 euro inclusief maaltijden en drankjes voor onszelf én Charles én de conducteur waren we een hele middag zoet.

St.Vincent blijkt wel heel veel armoediger te zijn dan we ons hadden voorgesteld. We zagen het al in Barrouallie (spreek uit: Borelly), het naburige dorp waar de mannen in de schaduw van de amandelbomen zitten te niksen onder het genot van vele biertjes, en ook in Kingstown was het opvallend. En intussen moeten de vrouwen hosselen om maar het geringste beetje geld in het laatje te brengen.

Als je iets wil ondernemen op St.Vincent, moet je er wat voor over hebben want alle buschauffeurs (behalve Charles) rijden zoals al eerder gemeld als idioten. Tijdens de rit hangen ze ook nog half uit het raam, één oor aan de mobiele telefoon of luidkeels schreeuwend naar iedereen op straat.
De busjes hebben namen zoals “Redemption” en “Advertised”, maar JW vond namen als “Bonecrusher” en “Instant Death” toepasselijker.
We hebben ons leven nogmaals gewaagd en bezochten de Botanical Gardens, daterend van 1765 en de oudste botanische tuin van het westelijk halfrond. Erg mooi en goed verzorgd en we kwamen heel wat bekende bomen en planten tegen, zoals een reuzenversie van de “spider plant” die bij ons op het achterdek staat; maar ook onbekende zoals een blauwe waterlelie. De bijzonderste vonden we de Cannonball Tree, een reus waarbij uit de stam allemaal kleine takjes groeien waaraan prachtige bloemen komen. De bloem in knop ziet eruit als een kogel, vandaar de naam.

En toen was het tijd om naar St.Lucia te gaan. Het uitklaren is hier buitengewoon slecht geregeld. Customs houdt kantoor in Wallilabou Bay van 1600-1800 uur. Dat houdt in dat standaard overtime fee wordt berekend! En vervolgens moet je je nog afmelden bij Immigrations in Barrouallie, het naburige dorp maar een fikse wandeling over een heuvel. Uitklaren kan ook in Kingstown, maar ook hier zijn Customs en Immigration gescheiden en bij dit Immigrations-kantoor hebben ze nog nooit gehoord van efficiënt werken, dus een lange wachtrij.

Vorige      Volgende