De boot in Suriname op de kant
Klik op de foto's in het filmpje om ze te vergroten; of klik op de fotobalkjes in de tekst

  

Tijdens al die werkzaamheden aan ons huis hadden we Miep een beetje verwaarloosd en dat moest nodig worden rechtgezet voordat we richting Carieb konden vertrekken. Onderhoud is niet alleen reparatie maar ook verbeteringen. Daarom hebben we voordat we de kant op gingen tijdelijk bij Holsu ligplaats gekozen i.v.m. elektriciteit en werd er een polyesterproject gestart van extra verstevigingen achter de motor, want het vlak was daar een beetje slap.
Vervolgens de kantbeurt. Na drie jaar (het droogvallen vorig jaar bij Holsu niet meegerekend).
Er gaan hier niet zo veel zeilboten de kant op (op Trinidad kost het een derde) en de ervaringen zijn weinig hoopgevend: onze voorganger zakte door de singels heen en twee jaar daarvoor reed de travellift per ongeluk het water in... Maar na grondige inspectie van de singels en constatering dat er nu een soort geleiderail was aangelegd om vroegtijdige tewaterlatingen te voorkomen, dachten we dat het moest kunnen. We moesten zelf alle aanwijzingen geven aan de kraanmachinist want ze waren superbenauwd om zelf beslissingen te nemen en fouten te maken en zo gingen we maar 2 uur later dan afgesproken het water uit. De boot zag er wel een beetje shabby uit. Eenmaal op de kant nam besluitvaardigheid bezit van de heren en werd er fluks een schitterende bok getimmerd. Dit opbokken kost ruim 100 eu, maar het hout is nu wel van ons dus we hebben de onderdelen gemarkeerd voor de volgende keer.
De vorderingen waren matig want we hadden niet te klagen over gebrek aan belangstelling van collega-zeilers en vissers, en ook voor de locals vormden we een attractie. De werf wordt voornamelijk bevolkt door Guyanese vissers en die vonden Miep het summum. Tijdens hun lunchpauze (de hele dag door dus) kwamen ze met z’n allen haar lijnen doornemen: de S-spant met de diepe kiel, de hap tussen roer en kiel met die sporende V-vorm uitkomend in de gestroomlijnde scheg voor het roer, ze waren compleet verliefd.
Onze werkzaamheden vonden ze ook mateloos interessant en het typische beeld was: wij aan het werk en die kerels maar babbelen.
Bovendien nam de klus aan het roer (speling op het bovenste lager) natuurlijk veel meer tijd dan verwacht. Allereerst: waar vind je een steeksleutel van 84 mm? (De bahco was nog véél te klein!) En dan: krijg de onderdelen maar eens los. JW lag drie dagen opgevouwen in het achteronder om het roer te demonteren en dat was geen pretje in de brandende zon. Toen het roer er eenmaal uit was, kwamen de mannen van metaaldraaierij Maro de boel opmeten. Een passende bus was gauw gedraaid en toen kon het roer weer worden gemonteerd.
Ook hadden we het vreselijk druk met ons nieuwe Hoofd Security, hij lijkt wel een kloon van Boris zo treffend is de gelijkenis. Hij koos direct positie onder onze boot en had ook onze auto al gauw gevonden, daarmee aangevend dat ie met ons mee wil... Maar nee, hoe graag we ook zouden willen, het kan niet.

Vorig jaar hadden we op Tobago al geconstateerd dat het trimroer een beetje los zat, dus dat hebben we nu ook definitief vastgeplakt. Het zat trouwens niet een beetje los maar heel erg los en de constructie was niet te herstellen, dus we moesten aan de gang met matten en hars. Epoxy hebben ze hier niet en dat betekende: kaal slijpen, want polyesterhars houdt niet op de epoxycoating waarmee Miep onder water is bedekt.
Onze snelheidsmeter was ook kapot, althans de transducer, die uiteraard uit Nederland moest komen. Helaas waren ze vergeten de bestelde tubes Sikaflex voor de montage ook mee te leveren, maar die werden op de valreep nog ingevlogen. Per speciale koerier alias Dick Zuiderhoek, piloot bij de SLM en collega-zeiler bovendien, dus die snapte wel hoe belangrijk het was dat dat ding lekvrij kon worden gemonteerd.
Van vervanging van de anodes kon je nauwelijks spreken want die waren geheel opgegeten. Verder smeerden we natuurlijk lekker veel antifouling, want de Surinamerivier werkt als schuurpapier met dat zanderige water.

Ook cosmetisch werd Miep in de watten gelegd. De boot is acht jaar geleden voor het laatst geschilderd en het lakwerk van de romp heeft in de afgelopen jaren nogal te lijden gehad. We zijn natuurlijk ontelbare keren anker op gegaan (en dan slaat het anker wel eens tegen de romp); bij kentering van het tij op de Surinamerivier zijn de bootbewegingen zo onvoorspelbaar dat schade van de ankerboei onvermijdelijk is; we hadden eens een boot langszij toen er zo veel waterscooters langskwamen dat de stootwillen ertussenuit vlogen; enz. In de Carieb kregen we vorig jaar diverse aanbiedingen van boatboys die de boot voor ons wilden schilderen en dat hebben we maar opgevat als een hint. Dus weg met dat zwerversuiterlijk, we zijn weer op de Europese bling-bling toer.
En dat zonder de hele boot te moeten schilderen (de ideale verwerkingstemperatuur voor de lak is 17°C en waar vind je dat hier?). Alleen met een beetje epoxyplamuur, wat bijlakken en héél veel poetswerk door Karate-kid P; dat het er weer zo goed uitziet is een compliment voor de blijkbaar onverwoestbare producten van De IJssel (collega-zeilers weten wat we bedoelen).
Verder moesten er nieuwe muggenhorren, schaduw- en spatzeilen komen maar op de valreep liet onze trouwe naaimachine ons helemaal in de steek! Gelukkig vonden we in Paramaribo een naaimachinespecialist en het was werkelijk een genot deze vakman aan het werk te zien. Het probleem had hij in een paar seconden gevonden (P kreeg op haar kop want hij kon wel zien dat er soms “op brute wijze” met de naaimachine was omgesprongen, “je moet er ook geen dikke lagen zeildoek mee naaien meisje!”) en binnen een uur had hij de machine compleet gereviseerd (12,50 eu). Dit is het grote voordeel van een ontwikkelingsland: ze kunnen werkelijk alles repareren, terwijl we in Nederland waarschijnlijk een nieuwe naaimachine hadden moeten kopen.

De vertrekkers 2007 zijn inmiddels ook gearriveerd, onder wie Henk, die JW nog kende uit zijn werkzame periode (lang geleden) en die we in 2005 tegenkwamen op La Gomera. Toen was hij nog bemanning tijdens de Atlantische oversteek, maar nu arriveerde hij met zijn eigen boot. Een erg mooie en ook snelle boot trouwens, de voormalige ROC van Simon van Hagen (zegt dat iemand nog wat? ons wel). We hadden Henk gevraagd een paar blikjes paprika, mosselen en inkvis mee te nemen, uitsluitend verkrijgbaar in Spaanse gebieden en met spaghetti een favoriete noodmaaltijd. We dachten zelf aan 5 blikjes per soort (dat leek ons al een aardige belasting), maar Henk verraste ons met ruim honderd blikken waar we dus nog lang van gaan genieten.

Nog even de krant. Het is stil rond het proces tegen Bouterse, maar er was heftige commotie in de Nationale Assemblee (Tweede Kamer) waarbij het zelfs op vechten aankwam. En uit de afdeling nonsensverslaggeving willen we jullie het bericht over een verdacht ei in de gevangenis niet onthouden.

Op de valreep ook nog de Surinaamse taalrubriek. Verf wordt hier niet geroerd maar gedraaid, evenals de nasi. De meeste Surinamers hebben geen bad maar een douche; toch zeggen ze altijd dat ze gaan “baden”.
De beleving van kleuren is hier ook bijzonder. Oranje noemen ze hier rood en rood is hier fel roze. Aubergine heet hier “boulanger” maar dat wisten jullie al. Lente-ui is “prei” en een limoen een “lemmetje”. Bloem (meel) is “blom”, een eend een “doks”, een borrel heet een “shot”, priklimonade “een soft” en vruchtensap heet kortweg “sap”. De meeste planten met langwerpige bladeren die in een pol groeien, worden gemakshalve “lelie” genoemd. “Bokkepoot” is ook een aanduiding voor verschillende plantensoorten. Een braakliggend terrein heet een “bloot perceel”. Een klein persoon wordt aangeduid als “die korte” en een pleegkind is een “kweekje”. Kroketje met mosterd besteld? Je krijgt ’m met piccalilly.
Surinamers “weten niet te zwemmen” en “velen van ze” (ook zo’n typische uitdrukking) zijn bang voor water. Zo zeggen ze als het niet diep is: “Het water is niet hoog”.

Maar wij gaan nu wel naar de hoge zee; in België stond dat vroeger op de douaneformulieren waarop je aangaf hoe lang je op de buitengaats dacht te blijven met die geweldige voorraden die we in Oostende hadden “gestored”.
Vertrek is gepland voor maandag 4 februari in alle vroegte en de Scheepsberichten zijn ook weer in de lucht.

Vorige      Volgende