Trinidad: een prima klusplek    Klik voor de kaart
Klik op de foto's in het filmpje om ze te vergroten; of klik op de fotobalkjes in de tekst

       

Na de kantbeurt in Suriname hadden we nog een week van voorbereidingen en afscheid nemen van iedereen met etentjes overal; waarom willen we hier eigenlijk weg? Bovendien moesten we even wachten op een gunstig tij zodat we niet in het holst van de nacht hoefden weg te varen. Dinsdag 5 februari was het om 0700 hoogwater en regende het niet zo, en gooiden we los. Gewapend met een voedselvoorraad voor twee maanden want we hebben inmiddels geleerd dat de Carieb 2 tot 3x duurder is en bovendien is de verkrijgbaarheid van allerlei levensmiddelen nogal matig, zeker in de kleine dorpjes op Tobago.

De overtocht was weer heftig. Voorspelde wind was NE 20 kts maar het woei een tandje harder: 20-25 en ’s nachts tot 30 kts. In principe geen ramp ware het niet dat onze beide stuurautomaten in staking waren. Zelfs Henk, de windvaan, superbetrouwbaar en staat zijn mannetje in zwaardere omstandigheden, maar nee. Vastgelopen blokjes en achteraf bleek dat ook het pendulumroer was afgebroken – dus toch nog een roerprobleem! In elk geval hebben we ruim 500 mijl met de hand moeten sturen. Normaal gesproken hebben we een wachtsysteem van 4 uur op en 4 uur af, maar nu deden we 2 uur op en 2 uur af en dat was nog steeds uiterst vermoeiend. Het vervelendste is dat je op zo’n manier ook nauwelijks toe komt aan andere dingen die ook moeten gebeuren. P doet de navigatie en als Henk meewerkt kan dat gewoon tijdens de wacht. Hetzelfde geldt voor JW met zijn kookkunsten. Nu moesten al die dingen op een ander moment worden gedaan, dus wanneer je eigenlijk zou willen rusten. Kortom: we waren blij toen we op Trinidad aankwamen (de noordkust ruig en schitterend vroeg in de ochtend) en het was helemaal leuk dat we eerst even langszij konden bij onze overbuurman in Suriname. Peter is een Finse Zweed of andersom en is zijn boot hier aan het prepareren voor longline-fishing op tonijn. Daar werden we ook meteen op onthaald voor de lunch, heerlijk en makkelijk bovendien.

Vorig jaar hebben we het al aangekondigd en nu, na in de eerste drie uur alweer drie voorzeilen aan dek te hebben gehad, hadden we het helemaal gezien. Dus koers verlegd (we zouden eigenlijk naar Tobago) om op Trinidad een echte ouwelullen-fokrolinstallatie plus zeil aan te schaffen. We hadden vlak voor vertrek een meevaller van de belastingen, dus nu weten jullie tenminste waar jullie zuurverdiende belastingcenten blijven!
Chaguaramas op Trinidad, dat net onder de hurricane-belt ligt, is het mekka van het zuiden wat betreft de yachting industry: er zijn minstens 4 travellifts, diverse riggers, zeilmakers en elektronica-specialisten.

De enorme Budget Marine store bracht ons op allerlei ideeën en maakt met de lage prijzen het aanpakken van Miep wel heel aanlokkelijk. Nu de boot toch in de tropen blijft rondzeilen, is conversie van knus Europees naar luchtig tropisch absoluut noodzakelijk. We doen bijvoorbeeld niets meer met de salon en da’s wel zonde van de ruimte. Kortom: om betere ventilatie te creëren wilden we in navolging van het voorluik nu ook het middenluik omdraaien, maar helaas zat het griezelkabinet (die doos op het dak) in de weg en moesten we het reeds met veel moeite losgemaakte luik weer in zijn oorspronkelijke positie vastzetten. (Gelukkig is de juiste kit hier ruim verkrijgbaar.) Dan maar een ventilatietentje maken. Ook komen er klapramen in onze slaapruimte en in de navigatiehoek. De salon maken we luchtiger door de tafel te vervangen voor een veel kleinere en de langsbank te verbreden zodat je daar aangenaam kan “chillen” en de hangmat hangt er al.
Klinkt allemaal alsof het zo gedaan is, maar dat viel tegen. Er waren geen luiken op voorraad en de Trini’s blijken zeer easy going (met de nadruk op easy), m.a.w. een moeilijk vooruit te trappen volkje, zeker met het carnaval vers in het na anderhalve week nog steeds zware hoofd. Dat gold overigens niet voor Trinidad Rigging want Jonas (een Zweed), had de gewenste Furlex 300S gewoon op voorraad en kon voor het luttele bedrag van 2500 euro het hele spulletje direct monteren. Miep had het trouwens druk met het ontvangen van Valentijnscadeaus, want Kobe, “onze” Leuvense elektrische man die we al kenden uit Suriname, kwam zag en overwon op dezelfde dag de problemen met de elektrische stuurautomaat (12 euro). En zijn vervolgklus aan boord was het plaatsen van een monitor die in- en output van de accu’s gaat bijhouden.
Overigens was het elektrische raadsel waarmee we al vier jaar tobben hiermee meteen opgelost (dat hoopten we natuurlijk al). We hadden verschillende aanwijzingen (anode van de saildrive binnen no time verdwenen; elk jaar een accu verrot) dat er ergens een lekstroompje liep. Nadat we dit jaar voor de derde keer sinds ons vertrek dezelfde accu moesten vernieuwen, was de HF-radio de belangrijkste verdachte, dus meteen ook een zware werkschakelaar tussen radio en accu gezet. En BINGO: de schakelaar op “aan” en de accumonitor leverde het bewijs dat er 0,4Ah verdwijnt. Dat probleem is nu dus -hoewel het op intuïtie al was opgelost- voorgoed uit de wereld.

De Europeanen doen het hier dus goed, maar de plaatselijke zeilmaker Barrow Sails is alhoewel spotgoedkoop een regelrechte ramp: de man is nooit aanwezig dus niet aanspreekbaar en de bedrijfsleidster heeft als belangrijkste taak het wegjagen van klanten. En Doyle, de grootste zeilmaker in de Carieb, heeft hier alleen een agentschap (Soca Sails) zodat de levertijd 4-5 weken is en hun prijsniveau ligt ruim 50% hoger dan dat van Barrow...

In elk geval hebben we onze high-aspect fok door Soca laten vermaken tot oprolbaar voorzeil, in afwachting van een nieuwe genua waarvan we nog moeten besluiten of die van Doyle gaat komen of van Hagoort uit Nederland of uit Hong Kong. Want P heeft die Soca-boys gedurende vier dagen 2 tot 3 keer per dag live achter de broek moeten zitten! Maar ze lijken kundig en we steunen liefst de lokale economie, dus de kans is groot dat dit hem gaat worden.
Naast het achterna zitten van onze leveranciers hadden we ook nog tijd voor andere dingen. Op zondag is het hier beredruk met locals die dan hun motorbootjes uit het rek laten halen. Letterlijk. We liggen vlak voor Power Boats en daar hebben ze behalve een travellift voor jachten, ook twee vorkheftrucks om motorjachtjes in en uit de drie verdiepingen hoge rekken te schuiven en te water te laten. Verder kwamen we hier allerlei bekenden tegen en namen we ook nog tijd om Trinidad te bekijken.

Port of Spain is de hoofdstad van Trinidad. We waren gewaarschuwd voor allerlei vormen van straatcriminaliteit, maar de boeven waren zeker nog niet wakker. Toen de maxi-taxi dan toch nog zijn remmen wist te vinden bij het binnenrijden van de stad, bevonden we ons voor het eerst sinds jaren weer in een jungle van hoge kantoorgebouwen. Een hele schrik. Er wordt flink gebouwd want Trinidad is koploper in de Caricom en business (olie) is booming. Van Trinidad is tevens bekend dat het de meeste KFC-outlets ter wereld heeft per vierkante km, dus in de hoofdstad op elke straathoek. En jawel: Port of Spain drijft op gefrituurde kip. En roti’s natuurlijk.
De binnenstad is gezellig druk met overal kraampjes waar je wat kunt eten of drinken, en heel erg vies. P’s geteenslipperde voeten leken na een paar uur regelrecht te zijn weggelopen uit een steenkoolmijn. Maar de stad heeft ook mooie elementen, bijvoorbeeld een gezellige esplanade overhuifd door schaduwbomen. Er stond een prachtige boom waarvan P meteen helemaal weg was, maar niemand kon vertellen hoe ie heet. Voordat Trinidad een Britse kolonie werd (1797-1962), was het bezit van Spanje en daarvan is in Port of Spain nog wel wat te herkennen, afgezien van de naam. Zebra’s zijn in het asfalt ingelegd met zwart en lichtgekleurd graniet en sommige stoepen en zelfs winkels zijn verfraaid met geometrische of fantasiepatronen. De architectuur is een samengeraapt zooitje: neo-Gotische kerken naast strakke glazen kantoorgebouwen, sierlijk smeedijzerwerk onder gedeukte golfplaten daken. Port of Spain is bekend om z’n stoffenwinkels en we kochten voor 30 euro 10 meter canvas. Een enorm pak dus dat betekende wel een hoop gesleep, maar ja.

Tot slot de dieseltank opgetopt (kost hier € 0,16 per liter) en op naar Grenada om nu eindelijk eens echt vakantie te gaan houden.

        

Vorige      Volgende