Groen Trinidad en groen Grenada  Klik voor de kaart
Klik op de foto's in het filmpje om ze te vergroten; of klik op de fotobalkjes in de tekst

  

DAT HADDEN WE JAAAAAAREN GELEDEN AL MOETEN DOEN!!!
Dat nieuwe rolfoksysteem natuurlijk. Maar ja, als ons budget dat indertijd had toegelaten, hadden we nu niet zo’n geavanceerd exemplaar gehad als we nu bezitten: met vrije voorslag en allerlei andere geheimen die door de wol geverfde rolfokbezitters onmiddellijk herkennen als belangrijke features, maar die door ons nieuwelingen op rolgebied waarschijnlijk niet voldoende op waarde worden geschat.

We boften verschrikkelijk want op de door ons voor de overtocht Trinidad-Grenada gekozen dag was de wind 15 kts i.p.v. de gebruikelijke 25 kts. Het is een aandewinds rak van 80 mijl bij een rommelige zee en hoe harder het waait, hoe oncomfortabeler het wordt natuurlijk. Kortom: na een relatief prettige zeiltocht met voor het eerst in ons leven geen zeilwissels kwamen we aan op Grenada. Maar vertellen we nog wat over Trinidad en haar schoonheid, want die is in de vorige aflevering ondergesneeuwd onder de klusinformatie.
Trinidad is het hoofdeiland van de republiek Trinidad & Tobago, meet 70 km in de hoogte en net zoiets over de noord- en de zuidkant, maar over het grootste gedeelte is het maar 50 km breed. Met z’n 1,3 mio inwoners is het er dus behoorlijk vol. Trinidad leeft van olie en drugs. De drugshandel zagen we met eigen ogen in de haven want wat zit er anders in al die af en aan varende vissersbootjes; in elk geval geen vis. De olie-industrie en aanverwante producten zagen we gelukkig ook niet want die is geconcentreerd in het midden van het eiland en daar bleven we dus uit de buurt.
Het klimaat is tropisch maar niet helemaal gelijk aan dat van Suriname, want ze hebben hier maar 1 droge en 1 natte tijd per jaar. We zitten nu in de droge tijd al regende het in de eerste week van onze vakantie doorlopend, hetgeen correct is volgens onze plaatselijke informant want het is natuurlijk schrikkeljaar. En dan waait het ook harder. Dat we dat niet wisten!

Niet alleen de botanische tuin in Port of Spain staat er momenteel dus prachtig bij, maar heel Trinidad is groengroengroen en dat wilden we natuurlijk met eigen ogen zien. We durfden nog wel een keer in zo’n jakkerbus naar Port of Spain om vandaar per bus de ruige noordwestkust te bezoeken. Je kunt namelijk niet op Trinidad zijn geweest zonder Bake ’n Shark te hebben geproefd, de specialiteit van Maracas Bay. Maar helaas hadden we de bus net gemist en werd het – omdat alle lunchstalletjes na 13.30 zijn uitverkocht – een broodje tonijn met sla op de boot.

De volgende dag waagden we een nieuwe poging per aftandse huurauto, die we een dagje mochten lenen van Peter, onze tonijnvissende Zweedse overbuurman in Suriname. De rit ging dwars door het regenwoud waar het zoals het hoort pijpenstelen regende, en vervolgens over een slingerende kustweg langs prachtige baaien. Maracas Bay is een grote trekpleister voor de locals en op zondag is het er een gekkenhuis, maar godzijdank was het zaterdag en bovendien was bij aankomst in Maracas Bay de bewolking nog niet opgelost zodat er nauwelijks mensen waren. Maar de Bake ’n Shark tentjes waren gelukkig open zodat het broodje haai ons niet meer kon ontglippen. Het is een soort gefrituurd pitabroodje; opengesneden, gebakken haai erop, knoflook, koriander en een onbestemd bruin sausje, sla, tomaat en komkommer en aldus waren we voldoende aangesterkt voor het vervolg van de rit. Nog meer verlaten baaien, alweer een bijzondere onbekende boom, slaperige dorpjes en 50 km slingerweg door het regenwoud. Adembenemend prachtig en wie met zijn boot Chaguaramas aandoet mag dit niet hebben gemist; al die zeilers die beweren dat Trinidad “niks aan” is, zijn gek of kortzichtig.

Grenada. Inklaren in Prickly Bay en nadat P een vastgelopen lier weer werkend had gekregen en JW het kwadrant wat hoger had gezet want het roer liep nogal stroef, schoven we een baai op naar Hog Island. Daar wachtten Renée en Tom uit Seattle, die we vorig jaar hadden ontmoet met hun Semper Fi. Ze waren helemaal opgewonden over onze komst en de meegebrachte sinaasappels uit eigen tuin, en we werden onthaald op borrel, uitgebreide hapjes en nuttige informatie. Deze baai is veel aardiger dan Prickly, waar het helemaal is volgebouwd met villa’s. Hij ligt niet op de route en het is ook geen plek die je ongepland aandoet want de aanloop is omgeven door riffen. Er liggen wel een paar boeien maar je moet vooral goed uit je doppen kijken.
De oevers zijn onbebouwd en helemaal groen. Er zijn wat kleine strandjes die toegang geven tot de kust, er lopen geiten en schapen en als je boft zie je er wilde paarden (zeggen ze). Aan het strand van Hog Island is een sfeervolle hang-out waar je lekker kunt limen. Tot de grote rondvaartcatamaran landt. Die komt om de dag een dertigtal roze toeristen brengen die in een oogwenk enkele gigabytes aan foto’s bij elkaar klikken.

Als je het eiland op klimt, is de teleurstelling groot want de basis voor een 5-sterren resort is reeds gelegd. Onder het motto: Weg met de natuur! zijn de te bebouwen delen platgebulldozerd en is er royaal met gif gespoten zodat alle bomen die nu nog in de weg staan, inmiddels dood zijn en makkelijk kunnen worden opgeruimd. Want de toeristen zitten natuurlijk liever in een keurig aangelegde palmen- en bougainvilletuin dan tussen de bomen en cactussen die Hog Island oorspronkelijk bevolkten.

De baai wordt bewoond door langliggers uit alle windstreken: US, Canada, Zweden, zelfs een IJslander en onze buren kwamen uit Nieuw-Zeeland; wij waren de enige Nederlanders. Op het oog viel er weinig te beleven, maar Amerikanen zijn dol op georganiseerde activiteiten en zodoende is er elke zondagmiddag muziek en BBQ in Roger’s Beach Bar en op woensdag een Amerikaanse “burger nite” gelardeerd met steel pan music in de jachthaven in de volgende baai... De hamburgers en frietjes waren perfect maar de muziek was vreselijk (Amerikaanse deuntjes).
Samen met Tom en Renée gingen we naar “Fish Friday” in Gouyave aan de westkust; een ware attractie voor de locals, dus ook voor ons al was het eigenlijk net zoiets als een braderie op de Denneweg (Hagenezen weten wat we bedoelen). In allerlei eetkraampjes wordt een keur aan vis geserveerd. De locals eten met name gebakken visjes met een broodje, de passagiers van het tien verdiepingen hoge cruiseship dat we in de haven zagen liggen, verdrongen zich rond de kreeften. Helaas ontbrak het nationale gerecht van Grenada: “Oil down”
(klik voor het recept).

We wilden onze beide Amerikaanse vrienden wel eens even “testen” en daarom organiseerden we een bioscoopavondje bij ons aan boord waarbij we de Nederlandse speelfilm “Simon” vertoonden. Deze film is voor Amerikanen nogal controversieel met als thema actieve euthanasie, waarbij een bijzondere soort humor met name over homoseksualiteit de zwaarte van het geheel relativeert. Renée en Tom waren verrast dat actieve euthanasie – zij het onder bepaalde voorwaarden - in Nederland is toegestaan maar reageerden zeer positief. Dus de test was geslaagd, al wisten we natuurlijk allang dat hun wereldbeeld niet zo verwrongen is als dat van sommige Amerikanen (of misschien hebben wij een verwrongen beeld van Amerikanen). Zoals onze ex-Amerikaanse tot Noor genaturaliseerde ex-buurman in Las Palmas altijd zei: “Don’t think all Americans are irrational.”

     

Grenada/reisverslag 2007      Vorige      Volgende