Terug in Suriname
Klik op de foto's in het filmpje om ze te vergroten; of klik op de fotobalkjes in de tekst

          

Na drie maanden zeilen en een maand vakantie in Nederland kwamen we weer terug in Suriname. Gewapend met vijftien nieuwe haringen want dat hoort als je uit Nederland komt.
Onze tuin stond er dankzij de inspanningen van onze vriendin Viviane (tuincentrum Tropical Plants) zo mooi bij dat we van alle buren spontaan complimenten kregen: zo netjes! Met andere woorden: aan het tuinbewind van P schort het een en ander, maar achteraf bleek dat eigenlijk alleen te gaan over de berm. En we hebben heus zelf de ananassen en bananen geplant die nu echt vruchten geven, en ook de exotische heliconia . De brandweer kwam meteen op bezoek want we hadden een groot bijennest, en heel erg on-Surinaams worden deze van overheidswege gratis bestreden; zelfs op zondag!
De vooruitgang heeft hier niet stilgestaan want inmiddels hebben we thuis internet. Bij terugkeer merkte onze WiFi-antenne dat buurman Murk bezig was een draadloos netwerk te installeren. Wij blij hij blij want natuurlijk nemen we de helft van de abonnementskosten op ons en het is wel makkelijk dat we nu niet meer iedere keer naar de internetshop hoeven. Internet werkt alleen niet bij stroomuitval en dat is de laatste tijd aan de orde van de dag. Het is momenteel namelijk bloedheet (veel warmer dan in 2006 en 2007), met als gevolg uitzonderlijk zware regenbuien die gepaard gaan met hevig onweer. De bliksem slaat regelmatig ergens in, en dan steken we de kaarsen maar weer aan. Wel gezellig natuurlijk, maar ook een beetje... warm.

Onze thuiskomst werd bekrachtigd door het nieuwe telefoonboek waarin we nu, anderhalf jaar na aansluiting, eindelijk zijn vermeld. Een goede aanleiding om ook werk te maken van onze verblijfsvergunning. Tot nu toe verbleven we steeds op een toeristenvisum in Suriname, en dan moet je telkens na een half jaar eventjes weg. Tegen dat tripje naar Frans-Guyana hadden we niet zo veel bezwaar, maar de visumprocedure wordt steeds ingewikkelder. Dus hebben we in Nederland alle vereiste papieren opgevraagd (o.a. verklaring goed gedrag!) en na slechts een ochtendje bureaucratische ellende was ons verzoekschrift ingediend. Een verblijfsvergunning geeft je wat meer rechten, bijvoorbeeld dat je een Surinaams rijbewijs kan gaan halen, dus P gaat binnenkort afrijden! Dat wordt een rustig rijexamen want het wordt stil op de weg: ook hier zijn de brandstofprijzen spectaculair gestegen. Benzine ging in één klap van 3,48 naar 3,76 SRD (0,90 €) en vervolgens richting 4 SRD. Een kapitaal als je nagaat dat het gemiddelde inkomen ongeveer 800 SRD per maand is. Busstakingen zijn aan de orde van de dag en ook bij het lokale visbedrijf zijn al ontslagen gevallen.

Benzinepomphouders profiteerden ervan door op de dag vóór de grote prijsverhoging unaniem “nee” te verkopen zodat ze hun oude voorraad de volgende dag tegen de nieuwe prijs konden aanbieden, maar zitten nu met de brokken want er wordt duidelijk minder gereden.
Maar niet door ons! En als je veel rijdt heb je ook wel eens panne en dat overkwam ons ook. Maar gelukkig was het een zaterdag en was “onze” monteur (doordeweeks een monteur van Holsu) binnen 5 minuten ter plaatse, sleepte ons naar zijn huis, stelde de diagnose (radiator verkalkt en slangen verrot), reed op en neer naar de stad voor onderdelen en bezorgde ons autootje vier uur later keurig thuis! En de schade? 100 euro; hij straalde van plezier want hij had een goeie dag en wij ook!

Over schade gesproken, de Witte Raaf werd tijdens de start van de jaarlijkse zwemmarathon aangevaren! Door het zandponton dat als startplatform diende. De schipper was even vergeten dat de Surinamerivier een beetje stroomt hoewel JW hem vanaf de boeg nog aanriep. en Verwarring alom, vooral bij de politie en de mannen van de MAS (Maritieme Autoriteit Suriname) die onmiddellijk de schade kwamen opnemen, want we waren wel aan boord maar... op bezoek. Er lagen op dat moment namelijk twee Witte Raven op de Surinamerivier, en het noodlot trof onze collega’s die ons hadden uitgenodigd om de start van nabij mee te maken. De Witte Raaf van Joanneke en Jan lag eerste rang; een beetje te dichtbij dus eigenlijk, middenin alle drukte van manoeuvrerende schepen van officials : de Pasisi van de MAS (herkenbaar als een oud Nederlands slepertje van Daamen), de wirwar van politie en swim guards in hun typisch Surinaamse platte aluminium bootjes en natuurlijk het fatale zandponton bomvol zwemmers die allemaal stonden te popelen voor de start van de 20 km naar Paramaribo. De MAS had het trouwens wel zo georganiseerd dat ze stroom mee hadden en de snelsten in 2,5 uur over de finish waren.

De inrichting van ons huis begint nu ook meer vorm te krijgen. Om al onze spullen netjes te kunnen opbergen hebben we door een Chinese houtzagerij vijf ladenkasten laten maken naar eigen ontwerp, maar je kunt bij hen ook bestellen uit de Ikea-catalogus. De kasten zien er schitterend uit maar om ze naar boven te krijgen moesten we Marius, de sterke man van onze bouwploeg laten komen want Surinaams hout is niet te tillen. Er kwam een bureaublad bij zodat P ook thuis kantoor kan houden, en om het geheel compleet te maken verschijnt er straks ook nog een enorme inloop-boekenkast en wordt de keuken gecompleteerd met strakke schuifdeurtjes.

Het puntje op de i van onze nieuwe huiselijkheid werd gevormd door onze dierbaarste bezittingen uit Nederland , waarvan de salontafel (voormalig scheepsluik) absoluut de meeste bevreemding wekte bij de Surinaamse douane. Na de zeereis moest ie natuurlijk een beetje worden bijgelakt maar de zeevracht-sticker hebben we laten zitten.
Verder timmerde JW aardig wat wandjes en de hoeveelheid schilderwerk van P was navenant. Het hele huis staat langzamerhand strak in de lak, alleen de trap was een probleem. We hadden daarvoor een kleur rood gekozen van de kleurkaart. Helaas hebben ze hier nergens kleur op voorraad en het aanmaken duurde een week. Toch kennelijk niet lang genoeg om tijd te hebben om alle benodigde ingrediënten in het blik te doen, want de volgende dag was de lak nog steeds niet droog. Bleek dat de siccatief ontbrak. De verfboer bood in eerste instantie een nieuw blik lak aan (!) en toen we begonnen te sputteren beloofde hij bovendien een gallon terpentine om de niet uitgeharde verf mee te verwijderen. Met op ons netvlies de oorlogstaferelen die dat schoonmaken oplevert want de trap staat naast een spierwitte muur, zeiden we dat ze maar iemand moesten sturen om de trap schoon te maken en opnieuw te lakken. Daar kon alleen de directeur over beslissen en we vreesden het ergste, maar tot onze verbazing (we hadden al een slechte ervaring met een groot Surinaams bedrijf) bleek de after-sales-service perfect: ze stuurden een uitstekende schilder met maar liefst twee “handlangers” (zo heten die hier) en de volgende dag belden ze ook nog eens op om te checken of alles naar wens was. Zo kan het ook hier in Suriname!

Hij is er weer, de Surinaamse taalrubriek. Deze keer de stopwoorden.
Het belangrijkste stopwoord is “toch”. Gebruikt aan het einde van ongeveer elke zin, waarbij de toon dan enigszins omhoog gaat richting vraagzin. Analoog aan het in Nederland inmiddels een beetje archaïsche “nietwaar”. Met stip op 2 staat “dus dat.” Dit heeft meerdere betekenissen, bijvoorbeeld “juist” en “precies”, maar ook wordt het gebruikt als stopwoord ter afronding van een “tori”. Daarnaast fungeert het ook als betekenisloos tussenwerpsel, bijvoorbeeld om even de gedachten te verzamelen. Nummer drie is “hoor”, gebruikt aan het eind van een zin. “U mag morgen terugbellen. Hoor.” Ervoor wordt steevast een lange pauze in acht genomen, waardoor het er vaak enigszins belerend uit komt. Het doel is aan het reeds gezegde extra kracht bij te zetten.

       Vorige      Volgende