Zijsprong naar Brazilië: Belém, net onder de evenaar    Klik voor de kaart

           

Veel zeilers die de Atlantische oversteek maken, gaan via Brazilië en Frans-Guyana. Maar wij hadden indertijd zo’n haast om het geboorteland van JW’s moeder te zien, dat we die stapjes hebben overgeslagen en in één klap naar Suriname zijn gezeild.

Ons buurland Frans-Guyana hebben we al meerdere keren bezocht, dus nu was het tijd voor het grootste land van Zuid-Amerika: Brazilië. Met een oppervlakte van 8,5 miljoen km2 en 190 mio inwoners bijna net zo groot als de U.S., kortom we realiseerden ons dat we in onze vier weken vakantie heus niet het hele land konden zien. Vandaar dat we ons concentreerden op het noorden (Amazonegebied) en het noordoosten (Salvador). Overigens een gebied van 1,5 miljoen km2, dus we hebben toch wel veel gezien en gemerkt van de klimaat-, natuur- en cultuurverschillen. Waarbij we opmerkelijk vonden dat Brazilianen veel meer zijn gemixt (ongeveer iedereen heeft inheems bloed) dan Surinamers, bij wie de etnische afkomst meer is afgebakend en meer in stand wordt gehouden.

Brazilië bezoeken was ook een diepe wens van Viviane en ze haalde haar Nederlandse vriend Henny over om met ons mee te gaan. Henny zorgde nog wel even voor enige consternatie toen hij twee dagen voor vertrek zijn inentingsboekje kwijt bleek te zijn, en zonder gele-koortsvaccinatie kom je Brazilië echt niet in. Maar dankzij de flair (connecties) van Viviane kwam alles op z’n pootjes terecht en vlogen we naar de dichtstbijzijnde luchthaven in Brazilië: Belém, in het Amazonegebied, net onder de evenaar.

We waren gewaarschuwd dat Brazilië een nogal crimineel land is en de eerste slechte indruk kregen we meteen al op Zanderij. Oude bekenden van de Vreemdelingenpolitie groetten ons enthousiast terwijl ze bezig waren met de begeleiding/uitzetting van ongewenste Brasileiros en het toppunt onder onze medepassagiers was een stel johnnies, gekleed in spijkerpakken beslagen met ijzerwerk, afzichtelijke spacey sportschoenen, en toen ze hun zonnebrillen afzetten keken we rechtstreeks in de ogen van criminelen. De toon was gezet.
In Belém loopt de politie rond in kogelvrije vesten, maar gelukkig kun je ook rustig op straat een dutje doen. Of in het park een biertje drinken; iedereen behulpzaam bij het uitkiezen van de juiste soort bier. In een café drink je uit een share-bottle, net als in Suriname maar hier zijn ze 600 ml i.p.v. 1 liter. Naar onze mening een betere maat en dan kan je er nog eens eentje bij bestellen.

De eerste snelle stadsscan leerde ons: overal straatventers voor een snelle snack en eettentjes voor een iets grotere hap; en enorm veel schoonheidssalons, op elke straathoek een drogisterij formaat supermarkt en veel goedkope lingeriezaken met bij de ingang een man met microfoon die klanten naar binnen lokt met aanbiedingen en interessante koopjes. Zoals de damesslip met bilverdikking. Uiterlijk is hier alles. Maar ieder z’n meug en JW was al gauw diep teleurgesteld want hij had alom Miss Brazils verwacht. Maar helaas zijn ze allemaal moddervet en: korte benen. Dit laatste compenseren ze met plateauzolen van 5 tot 8 cm, hoezo slecht gekleed?

Wat ons in Belém direct opviel was het grote aantal paraplu’s. Iedereen heeft er eentje bij zich en elke straatverkoper heeft een voorraadje. Dat is de invloed van de Amazone: in Belém regent het elke dag.
Belém (1616) is mooi en lelijk tegelijk. Lelijke flatgebouwen van 30 verdiepingen, vieze gevels, kapotte stoepen. Maar ook veel majestueuze oude gebouwen, al of niet gerenoveerde gevels, straten overhuifd door mangobomen, traditionele mozaďektrottoirs, veel keurig onderhouden parken en de oude dokken getransformeerd tot uitgaanscentrum. Prachtig.
Toeristisch? Nauwelijks Europeanen, de meeste toeristen zijn Brazilianen.
Een belangrijk trefpunt is de Ver-O-Peso markt (Zie-Het-Gewicht), waar je vaste kraampjes ziet met noten (tenslotte waren we in de hoofdstad van Par
á), kruidenmedicijnen, “losse” verkopers ter bevordering van het rommelige karakter en waar je met elkaar een biertje drinkt aan de waterkant. De aanspraak is groot want Brasileiros vinden het leuk als buitenlanders een beetje leuk meedoen, en zo komen ze je regelmatig een hand geven.
Op Goede Vrijdag valt het straatleven ongeveer stil en wijdt iedereen zich devoot aan Maria en Jezus. We vielen middenin een processie met swingende muziek en zang en een openluchtmis. Emotioneel want alom betraande gezichten.
De kathedraal was gesloten wegens renovatie maar door zoiets laten de gelovigen zich niet weerhouden en gaan op de stoep door de knieën. De katholieke missionarissen hebben hun werk hier goed gedaan.

         

       Vorige      Volgende