Santarém en het regenwoud, en nogmaals Belém   Klik voor de kaart

           

Na drie dagen kwamen we aan in Santarém. Een provinciestadje met ook weer de alom aanwezige straatverkopers en op elke straathoek een drogist, veel goedkope kledingzaken en een markt met hangmatten, horloges en hoeden en petten. Maar opvallend meer lawaai van reclamefietsen met cassetterecorder op het stuur, accu en geluidsbox achterop; reclame-auto’s en verkoopbevorderaars met microfoon.
De kade is leuk en druk met een ontelbare hoeveelheid kleurrijke rivierboten, die ofwel vrachtschip zijn, ofwel tochtjes aanbieden. Ook de kleine bootjes.
Na een dag hadden we het wel gezien en togen we naar Alter do Chão, 33 km naar het zuiden. Toeristische trekpleister om te relaxen aan het strand of op het Ilha do Amor, volgens de Lonely Planet-gids onderwerp van 1000 ansichtkaarten en vooral idyllisch in de droge tijd, maar ook met hoogwater nog steeds bijzonder.
Het was inderdaad heel bijzonder want de stranden waren weg, de bankjes langs de waterkant stonden in het water en van het sprookjesachtige Ilha do Amor waren alleen de daken van de strandhutjes zichtbaar. Beetje pech dus. Alhoewel... aan de andere kant konden we ons gezien het aantal souvenirwinkels wel voorstellen hoe het er uitziet als de stranden beligbaar zijn...
Nog meer pech dat JW met griep in bed lag zodat P in haar eentje het dorp moest verkennen. Resulterend in gezellige biertjes met hippe sieradenverkopers en thuisgebracht door een loslopende stier.

De volgende dag voelde JW zich een stuk beter en regelden we een tourtje met een lokale gids. In een pirogue (eentje zoals we tegenkwamen) over het Lago Verde naar ondergelopen delen van het regenwoud. Verrassend mooi door de gevarieerde flora en Viviane was buiten zichzelf van enthousiasme want ze ontdekte telkens bomen die in Suriname niet voorkomen, zodat onze missie werd: zaden verzamelen! En allerlei dooie boomschorsen waarmee ze straks kerstdecoraties gaat maken voor haar klanten. Het was een heel gehannes met de boot tussen al die boomstammen, en de longtailmotor zat soms danig in de weg. Terwijl de schipper voorop zat met de peddel, hield JW de achterkant onder controle en hij maakte tevens korte metten met een mierenkolonie die op een bromelia zat te wachten tot de bus naar de bewoonde wereld langskwam.

In het bos maakten we ook kennis met allerlei hippies uit Duitsland, Argentinië, Colombia en Uruguay, die hier nog primitiever leven dan de inheemsen bij ons in Suriname en een soort commune in de jungle vormen. Een geslaagde dag en een instructieve kennismaking met wat de tropische regen doet met het woud. Veel vogels gespot, van aalscholver en aasgier tot vliegenvanger maar ook parkieten en toekans. En nog een waterschildpad zien wegglippen nadat hij de enige vis in het visnet van zo’n arme magere hippie had beroofd van kop en ingewanden. Maar de hippie was blij met het aangevreten halve visje want eten voor 10 man.

In 1 uur en 20 minuten vlogen we terug naar Belém, wel een beetje sneller dan met de boot. Prachtige blikken op de Amazone, het is een indrukwekkende rivier en we kunnen ons nu wel voorstellen dat het oppervlak 20% van het totale zoetwateroppervlak op de wereld beslaat.
Terug in Belém kwamen we tijdens het regelen van de busrit naar Salvador in gesprek met een Frans stel dat ook een bus regelde – maar dan naar São Luís waar ze verbleven. Niet in een huis of hotel, legden ze uit, maar op een boot, en ze dachten dat we daar vast niets van snapten. “Ah, un voilier?” vroeg P en het ijs was meteen gebroken toen bleek dat we in hetzelfde schuitje zaten. Dus gezellig een dag mee opgetrokken, veel informatie over Salvador gekregen want daar waren ze lang gebleven en afgesproken dat we elkaar nog zouden treffen voordat ze Suriname aandoen.

In het Amazonegebied kun je weinig anders dan varen, dus we stapten op een veerboot met brullende tv. We hadden geluk want er was juist een Miss Salvador-verkiezing aan de gang. Helaas kozen ze de verkeerde maar dat zal wel aan ons hebben gelegen.
De tocht voerde naar Barcarena. Volgens de kaart van de tourist-office lag dat aan de overkant, maar we doken een zijrivier in en het werd een boottocht van anderhalf uur. Barcarena heeft op zich niets bijzonders, behalve het gezellig ogende restaurantje waar we aanlegden en waar we een heerlijke lunch kregen voorgeschoteld. Met aandacht bereid en opgediend met plezier en de hulp van God, want het restaurant heette “Sempre com Deus”. Handen schudden ten afscheid en P kreeg zelfs een zoen.

De laatste dag met Viviane en Henny scheepten we opnieuw in, deze keer op een toeristenboot naar een eiland met strand. Toen we de kaartjes al hadden gekocht hoorden we dat er levende muziek en een culturele dansgroep aan boord zou zijn, dus we dachten: “Oei.” Maar je moet niet altijd meteen met je oordeel klaarstaan: de tweemansformatie (gitaar/zang en percussie) speelde verbluffend goed en de dansgroep bestond uit een jong stel die fantastisch goed konden dansen. We hebben genoten!
Dansen is trouwens een favoriete bezigheid van de Brazilianen en op een of andere manier zijn ze in staat om er een portie natuurlijke erotiek aan toe te voegen waar je verbaasd van staat. Dribbelende voeten zweven over de vloer, konten draaien, buiken wiegen, het is één gracieuze beweging en je kunt er uren naar kijken.

De griep van JW had als neveneffect dat hij Braziliaans-sanitairspecialist is geworden, gezien de hoeveelheid tijd die hij op diverse toiletten heeft doorgebracht. Zijn conclusie: in Brazilië hebben ze weinig aandacht voor details. Een kakofonie van tegels en erger: alles valt uit elkaar. Hang je handdoek op en het rek valt naar beneden, doe de deur dicht en de deurkruk ligt in het toilet. Wc-brillen zitten altijd los en toiletrolhouders leven een eigen leven. Maar er kan ook nog iets goeds worden gemeld over het Braziliaanse badgebeuren, en wel: de Braziliaanse douchekop, die een gloeispiraal in z’n binnenste heeft waarmee het douchewater wordt verwarmd. Die hebben wij thuis nu dus ook.
In Brazilië hebben ze wel meer goede uitvindingen. Bijvoorbeeld de bierkoeler die je in elk café om je fles heen krijgt. Van piepschuim of met geïsoleerde wanden. Want hoe kouder hoe beter, de Braziliaan wil alle drankjes “bem gelado”. Ideetje voor Parbo Bier? We gaan het ze melden.
De beste uitvinding is misschien wel de caipirinha. JW houdt normaal gesproken niet van zure dingen, maar dit vond ie heerlijk! (recept)
Brazilianen zijn in het algemeen creatiever dan Surinamers. Je ziet het aan de inheemse kunst/sieraden die op een hoog kwaliteitsniveau staan, maar ook doen ze veel meer met de producten van het land. Zoals ijs van de noten van de podosiripalm, die in het Amazonegebied veelvuldig voorkomt.

           

       Vorige      Volgende