Bonfim, een onbedorven stukje Salvador    Klik voor de kaart

          

Om ons te troosten nodigden Stéphanie en Nathalie ons uit voor een caipirinha. En aangezien Stéphanie een absolute kookfreak is, werd de borrel begeleid door allerlei lekkere hapjes zoals taco’s met guacemole en home-made mini-pizza’s. Een lief idee en verrukkelijk uitgevoerd.
Maar eigenlijk dronken we onze caipirinha’s het liefst aan de boulevard, waar het zoute water over de terrassen stuift en we de knipperende boeien de schepen konden zien. Een heerlijke plek, ook omdat we ons graag vergaapten aan het Braziliaanse boulevardleven in casu joggers die langs hollen in het kader van de body culture.
We maakten hier ook kennis met de moqueca, een typisch Bahiaans hotpot-gerecht van vis, garnalen en krab in een pikante tomaten/kokossaus. Het wordt geserveerd met rijst, farofa (in boter crunchy gebakken manioc(cassave)meel dat ze overal overheen strooien) en een maniocpuree die wordt gezien als de ultieme verwennerij. Lekker veel dendê erin, een uit Afrika afkomstige palmolie die bij sommige mensen nogal op de spijsvertering werkt. Bijvoorbeeld bij JW, zodat ie z’n reeds opgedane kennis als sanitairspecialist in Salvador nog eens uitgebreid kon toetsen. Maar we gaan het recept een beetje ombuigen zodat we het in Suriname ook op tafel kunnen zetten. (recept)

Qua eten is in Brazilië alles mogelijk. Voor €3 eet je in elk (kilo)restaurant rijst, spaghetti, bruine bonen en kip of vlees, maar we bezochten liefst de beste churrascaría in town en lieten ons de heerlijkste vlezen voorschotelen. Vers geroosterd en direct van het spit aan tafel gesneden, zeer gevarieerd en zo veel je maar wilt.
Wat betreft het shoppen was P helemaal blij want al denkt iedereen dat alle Braziliaanse dames superslanke topmodellen zijn, het tegendeel is waar. Obesitas en diabetes zijn in Brazilië gezondheidsproblemen #1. Oorzaken zijn de rijst en vooral de grote hoeveelheden suiker die worden genuttigd in de koffie en in de vorm van softdrinks en snoep. Brazilianen snacken de hele dag volcontinu en de dames vertonen zich zonder schaamte in strakke topjes met blote buik, ook als ze maat 48 hebben. Of groter. We zagen doorlopend monstrueuze dames jonger dan P in bikini’s kleiner dan die van P en ze puilen er aan alle kanten uit.

In Brazilië is het verschil tussen rijk en arm veel groter dan in Suriname. De stadsdelen waar wij ons begaven, worden gekenmerkt door westerse rijkdom, goede voorzieningen en een uitstekende infrastructuur. Maar we kwamen niet in de favela’s: de sloppenwijken, die zich uitstrekken zo ver het oog kijkt.
Na de beroving waren we het een beetje zat met het stadscentrum en togen we naar het noordelijke stadsdeel: Ribeira/Bonfim, waar de kleine vissertjes zijn. Het middelpunt van deze wijk, die tegen een steile heuvel is gebouwd, wordt gevormd door de Igreja do Bonfim. Mooi, maar vooral verrassend vanwege de “casa dos milagres” (wonderenkamer), die volhangt met afgietsels van ledematen van parochianen die hiermee genezing afsmeken bij de Senhor do Bonfim. Aan veel handen en voeten zitten briefjes geplakt ter verduidelijking van de te genezen kwaal. Al die aan het plafond bengelende armen en benen leken een beetje luguber, maar het ontbreken van bloed deed ons beseffen dat het niet om een gruwelkamer uit een horrorfilm ging. En dan heeft het toch iets heel ontroerends.
Ribeira/Bonfim is absoluut geen toeristenoord, de nauwe straatjes een klein Venetië en mooie gevels. Kortom we voelden ons eindelijk weer op ons gemak. De locals lunchen aan het strand met “pirão do aipim com carne do sol” en dat wilden wij ook wel eens proberen. Het bleek een manioc(cassave)puree te zijn met gedroogd vlees op z’n Bahiaans: gebraden en met een lekkere saus en groente. Heerlijk en bijna gratis. Ook vonden we in deze buurt eindelijk een niet-toeristische markt, de Feira de São Joaquim. Een onbeschrijflijke rotzooi en de ene winkel van sinkel na de andere, van groente tot Mariabeelden.

We maakten heel wat uitstapjes. Bijvoorbeeld een boottocht in de Bahia dos Santos inclusief bezoek aan twee eilanden, o.a. Itaperíca. Itaperíca heeft prachtige stranden maar het is moeilijk om een schaduwboom te vinden waaronder géén commerciële activiteiten plaatsvinden of muziek wordt gespeeld. Maar eenmaal gevonden is het genieten.


 

Salvador heeft ook veel mooie parken, waarvan het grootste het Parque de Pituaça is. Hier kun je fietsen huren en het was wel weer eens lekker om een beetje te bewegen tijdens de 15 km lange rondrit. We boften want er was geen zon. Wel een beetje regen, maar wat heb je liever als je fietst?
Een ander park is de botanische tuin, net als in Belém eigenlijk een dierentuin, maar wel met heel veel meer diersoorten. Dus niet alleen apen en kaaimannen maar ook jaguars, een leeuw, beren, zebra’s, kamelen, struisvogels, nijlpaarden enz. De grappigste species vonden wij echter de Brazilianen, die een vrije dag hadden (1 mei) en dus in groten getale aan de wandel waren. Zak popcorn in de ene hand, een blikje soft in de andere. Leuk om te bekijken vanuit één van de 500 popcorn/bierkraampjes.

Hoe persoonlijk de benadering is van de dames in La Villa Française bleek eens te meer bij ons vertrek, want we namen afscheid als vrienden. En Stéphanie had speciaal nog eens haar crêpes à la mousse maracuja voor ons bereid. Bijzonder.
Stéphanie had een ultragoedkope terugvlucht voor ons gevonden (€150 pp), slechts het dubbele van het bustarief en voor €75 hadden we natuurlijk geen zin om nog eens af te zien: zo’n lange busrit inclusief een nacht doorhalen gaat je niet in de kouwe kleren zitten. Want hoewel de bussen comfortabel zijn, stoppen ze regelmatig en moeten er mensen uit en in, en dan komt er van een beetje doorslapen niet veel. Eigenlijk is het erger dan 4 uur op 4 uur af op de boot! Dus vliegtuigen en taxi’s werden in Brazilië gaandeweg onze favoriete vervoermiddelen.
Taxichauffeurs zijn overigens uiterst correct en hebben een meter met dag- en nachttarief. De taxibabbel is uiteraard: waar komen we vandaan. Allemanha? No, Holanda. “Ah! João Kroif!” Voor een volgend bezoek aan Brazilië zullen we ons eerst ernstig verdiepen in “futebol”.
Maar goed. Nu gingen we per taxi naar het vliegveld (om te ontkomen aan eventuele busrovers) en vlogen via Brasília naar São Luís in het noorden.

       Vorige      Volgende