Met bemanning naar Tobago en Trinidad

     

Ons vertrek uit Suriname werd een beetje vertraagd omdat we onze oude Toyota Starlet (bj 1994) hebben verruild voor een nieuwe auto. Nou ja nieuw? Bouwjaar 1990, maar wel een stoere Mitsubishi Pajero 4x4. Voor een leuk prijsje en hoewel niet gereden door oudere dame en garage-gestald, was ie wel de gedeelde auto van vier SLM-piloten dus waarschijnlijk toch wel goed behandeld. Luc en Nelly – de Fransen die we in Brazilië hadden ontmoet en bij wie we drie dagen bivakkeerden op hun mega-catamaran, kwamen op de valreep ook nog naar Suriname en we vonden het wel aardig om even op hen te wachten. En we hebben een boot erbij. Een heuse Vrijheid om mee te spelevaren op de Surinamerivier als we terug zijn; en nadat JW zich erop heeft uitgeleefd als opknapproject. Maar nu zijn we dan toch echt weer aan het zeilen. Met onze nieuwe bemanning (ook dat nog): Rita en Roberta – zo genoemd naar de eigenaars van het Domburgse zeilerscafé waar we ze hebben opgepikt. Of liever gezegd: zij ons. Terwijl Rita JW’s hart veroverde met al haar charmes, was Roberta alvast in P’s tas gekropen. Daar kwamen we niet meer onderuit.

Hoewel de trip naar Tobago over het geheel genomen rustiger was dan vorige keren, werden we toch flink geteisterd door tropische buien waar meestal 30 maar soms ook 40 knopen wind uit kwam. De poesjes hadden er geen problemen mee; die vonden het korte stukje aan de wind het zeegat uit veel erger en waren bij de eerste bewegingen al zeeziek. Gelukkig knapten ze snel op en nu is de boot hun thuis en klimmen en klauteren ze overal op en in; het dek is een grote speeltuin en vooral ’s nachts zijn ze erg actief. Reden om ze zo snel mogelijk zwem- en probeer-er-zelf-weer-uit-te-komen-les te geven. En voor de eerste lessen was het heldere water bij Tobago perfect geschikt. De poesjes vonden het natuurlijk niet echt leuk en wij ook niet, maar nu we weten dat ze zich in veiligheid kunnen brengen durven we ze ook aan dek te laten als we even weg zijn. En de kattenbak kan nu ook buiten.
Ze bemoeien zich overal mee en zijn gefascineerd door alle vallen en schoten (want daar kun je zo lekker in klimmen); maar het kombuis vinden ze het toppunt. Zeker als het hun etenstijd is. Een kleine samenvatting van de dagelijkse belevenissen aan boord zien jullie in het filmpje.
Zeilen met bemanning (film 15,3 Mb)

Tobago is een geweldig eiland. De baaien zijn super en in Store Bay (waar wij lagen) zijn inmiddels zelfs moorings geplaatst en die zijn gratis bovendien. Maar helaas moesten we na een dag of vijf toch echt weg, want we waren nog steeds niet ingeklaard en daar kunnen ze hier moeilijk over doen. Als je in Store Bay ligt moet je met de bus naar de hoofdstad om in te klaren, hetgeen nogal een crime is. Bovendien moet je weer uitklaren alvorens je op Trinidad (hetzelfde land?!) opnieuw te melden. En wel tijdens kantooruren en niet tijdens de lunch, anders betaal je overtime fee. Daarom probeerden we voor 4 uur ’s middags aan te komen op Trinidad, maar helaas. De wind zat qua richting wel mee maar de sterkte was 5 tot 35 knopen en gemiddeld iets in de lagere regionen. Plus regen; de hele dag grijs en grauw dus afgezien van de temperatuur leek het wel alsof we op de Noordzee zeilden, of in het Kanaal. Achteraf hoorden we dat die regen een soort nationale ramp was op Trinidad, inclusief wegspoelen van diverse wegen en complete bossen en met als eind van het liedje dat de baai van Chaguaramas vol lag met lege PET-flessen en dooie honden.
Het lichtpuntje van de overtocht was dat we arriveerden onder dolfijnen-escorte (de poesjes vonden het geweldig!), maar voor de douane waren we dankzij het rare weer net te laat. Gelukkig konden we ons verschuilen langszij Tresno en Makmoor, de twee tonijnvisboten van Peter, die we kennen uit Suriname. Hete koffie met suiker, een douche, en... diner. Jullie hoeven niet te raden wat er op onze bordjes lag. Op onze beurt Peters (Indonesische) crew bedankt voor de gastvrijheid middels een paar zakken bron bron – plakken gedroogde en daarna gefrituurde rijst; een Javaanse specialiteit uit Suriname, dus in de roos!

Op Trinidad hadden we het druk met chandlers en elektronica-boeren bezoeken (zoals gepland), maar vooral ook met de vele bekenden die we tegenkwamen. Het zeilwereldje is verbazend klein; maar wel gezellig, zo’n volle kuip en al dat gebabbel in diverse talen.

Samen met Luc en Nelly huurden we twee dagen een auto. Net als in Suriname rijden ze op Trinidad links en aangezien dat voor P inmiddels de goede kant is, was die de klos. Op dag 1 togen we naar de noordkust. Daar waren we al eerder geweest en toen regende het pijpenstelen; nu regende het alleen zo nu en dan en waren er zelfs mensen op het strand in Maracas Bay. Daar lunchten we met de onvermijdelijke Bake ’n Shark, om daarna de weg het regenwoud in te vervolgen. Overweldigend veel groen; varens, paloeloes en enorme bamboebossen, die weg wordt niet voor niets de “bamboo cathedral” genoemd.

Dag 2 gingen we naar de noordoostpunt. Verrassend lieflijk, veel kleine dorpjes en vooral veel aardige mensen. Tijdens de lunch in een café in een van de meest afgelegen dorpen maakten we kennis met de dochter van de eigenaar, 6 jaar en nu al onderwijzeres. Op een schoolbord gaf ze de cafégangers haar les van die week, met als onderwerp deze keer “Woordenschat”. Ze schreef zes woorden op het bord en ging vervolgens met iedereen overleggen wat de synoniemen waren. En het waren niet zomaar woorden zoals weide does hok duif schapen, maar... kijk op de foto. Hopelijk krijgt dit pientere kind de kansen die ze verdient.
We kwamen onderweg ook nog een offerceremonie tegen van een Baptistenkerk. Godsdienst is groot in de Carieb, met veel “extreme” kerken zoals Jehova’s getuigen, 7e Dag adventisten, en ook deze Baptisten. Maar ze maken er wel wat van. Iedereen was op zijn mooist opgedost in allerlei schakeringen van roze, terwijl ze offerbootjes te water lieten in de vorm van kalebassen gevuld met bloemen, wierookstokjes, kaarsen, wat eten en muntjes. Met het brengen van dit offer hopen ze op voorspoed en geluk. In de Carieb ontbreken muziek en zang uiteraard niet bij zo’n feest, en ook onze aanwezigheid (we vinden onszelf dan wel een beetje pottenkijkers) vonden ze prima.

       Vorige      Volgende