tumblr visitor stats

Via St.Lucia terug naar Trinidad

   

In het kader van “thuiswateren re-visited” bracht St.Lucia ons een nieuwe trouvaille: Anse La Raye. Een pittoresk vissersdorp overvloeiend van lokale sfeer. Een mengeling van houten huisjes en betonnen woningen, gebouwd door Lucians die uit Engeland zijn teruggekomen om hun oude dag in hun geboortedorp te slijten. Veel vrolijke kleuren maar ook veel verveloze huizen, een beetje een gezellig zooitje. Aan het einde van de middag, als de zon iets minder fel is, gaat iedereen op zijn stoepje zitten of een beetje rondlopen voor een praatje of een spelletje met een biertje of een joint erbij.
Tijdens de landing met onze dinghy vielen we in de armen van John, die ons onmiddellijk een rondleiding aanbood; met tussenstop in een lokaal café. In een dorp zoals Anse La Raye is het prettig om op sleeptouw te worden genomen, want anders zou je je een pottenkijker voelen. Anse La Raye is een knus dorp, ons kent ons, maar duidelijk is te zien dat de mensen niet veel geld hebben.
Gelukkig hebben ze een prima bron van inkomsten aan de wekelijkse Fish Fry Day. Locals en vooral toeristen van over het hele eiland worden dan naar Anse La Raye gesleept om te genieten van een uitgebreide bbq. Verse vis alom natuurlijk. Gemarineerde red snapper in aluminiumfolie is populair, maar er waren ook kleine crispy geroosterde visjes die je met kop en staart kunt opeten, garnalen, kreeften en gevulde krab en tot ons afgrijzen speciaal voor de toeristen ook schildpad en bruinvis. Een Amerikaan naast ons zat twee (2!) bakken schildpad weg te werken en toen hadden we het wel weer gehad. Op naar Bequia.

Schildpad eten we niet meer (uit overtuiging) maar aan “mammals” konden we toch niet ontkomen voor een keer, zo bleek toen we weer het busje naar Toko’s “Step Down” hadden genomen. Tijdens onze afwezigheid hadden de mannen een walvis gevangen (één slechts, terwijl hun quotum vier is; maar het was wel een grote: 12 meter) en daar móesten we van proeven, zei Toko en voordat we konden protesteren had hij de bbq al ontstoken.

Want het beste walvisvlees eet je als een goede biefstuk: eventjes pssjjj pssjjj aan beide kanten (zo stelde Toko het voor, maar in de Carieb is het uiteindelijk toch altijd doorbakken) en het is inderdaad heerlijk.
Bequia was aangenaam stil en de zondagmiddag in Lower Bay die normaal gesproken een drukte van belang is, was extreem rustig. Ook snorkelen was een genot want het water was buitengewoon helder dankzij het kalme weer.

En net als alles goed is en mooi, krijg je nog even zo’n laatste rak naar Trinidad voor de kiezen. In drie uur tijd werden we overvallen door vier squalls! (Squalls zijn buien die komen aanrollen als een loodzware zwarte wolk waar opeens 8 Beaufort uitkomt en vervolgens horizontale regen, die de zee mooi plat slaat dus dat scheelt dan weer.) De eerste was een kleintje van 25 kts, maar de tweede was een heftige: tot 40 kts wind. Squall 3 en 4 leverden elk 30-35 kts op. Het filmpje (2,50 Mb, klik op het icoon hieronder) toont squall 3 in het stadium na de hardste wind, want dan heeft de cameravrouw het te druk met andere dingen.

Op Trinidad moest er natuurlijk flink worden aangepakt. Aftuigen, opruimen en schoonmaken, ALLES wassen om te voorkomen dat we volgend jaar een schimmelzooi aantreffen, en veel sociale contacten want ook Trinidad is zo’n plek waar je “iedereen” tegenkomt.
Bijvoorbeeld Petra en Dick van Sally Lightfoot, die we in Suriname ontmoetten en voor wie we toen op de valreep van ons vertrek nog een complete vakantie regelden met gids enz. Blijkbaar hebben we dat goed gedaan want ze lieten zich graag door ons begeleiden tijdens de eerste kennismakingen met Chaguaramas. En groter Trinidad, want ze huurden een auto en wij mochten mee! Op dag 1 verenigden we het nuttige met het aangename, dus langs het keuringsstation voor hun reddingvlot, de gasfabriek (besparing: 80%, je hebt de autohuur er meteen uit), en toen naar ons geliefde noorden om een bake ’n shark te nuttigen op Maracas Beach. Dag 2 en 3 Macqueripe, Chaguaramas National Park met de indrukwekkende “bamboo cathedral” en een nieuw doel: het beroemde Pitch Lake, hèt natuurwonder van Trinidad.

Geen reet aan, zegt JW, en inderdaad viel het een beetje tegen voor een attractie die met zo veel tamtam wordt gepresenteerd. Het Pitch Lake lijkt een levend organisme, bubbelend van zwavel en hier en daar vloeibaar (dus wel gevaarlijk wandelen), maar grotendeels is het een gestolde asfaltplas waar ze elke dag ca 30 cm van af schrapen voor de export, want de Trinidadiaanse “pitch” is een onmisbaar onderdeel in mondiaal asfalt. De “spiegel” van het “meer” zakt door het mijnen en dat zie je aan de bebouwing in de omgeving: huizen zijn scheefgezakt of in de loop der jaren zelfs over tientallen meters  verplaatst. Maar de omgeving is aantrekkelijk door de extreem vruchtbare grond, dus we verkenden het complete zuidwesten en wierpen zelfs nog een blik op Venezuela. En als bonus kregen we in de zwampen de rode ibis te zien.

  /

       Vorige      Volgende