tumblr visitor stats

Van Trinidad terug naar Suriname

 

Miep is weer thuis! Wat eraan vooraf ging:
Begin december vlogen we naar Trinidad met als doel Miep terug te zeilen naar Suriname, dus we begonnen met wachten op goed weer. Factoren waarmee we rekening wilden houden: wind noordelijker dan oost en niet te hard, geen belachelijke deining, zo min mogelijk tegenstroom en zo veel mogelijk maanlicht. Onmogelijk dit alles te combineren!
Na twee gezellige weken bij de Trinidad & Tobago Sailing Association (TTSA) waarvan we nu dus ook lid zijn met als spin-off dat we ook mochten meedoen met alle feesten, besloten we dan maar met de heersende oostenwind (abnormaal voor de tijd van het jaar) wat hoogte te winnen. Zo zeilden we op 1e en 2e kerstdag naar het noorden.

De tocht van Trinidad naar Grenada was weer onprettig, dus wij beleefden een natte en zoute kerst, schuilend onder ons doghouse bij onze opblaasbare kerstboom. Na de derde zeildag kwamen we aan op Bequia, waar we onze vriend Toko verrasten.
Toko’s bar is aan de zuidkant van het eiland, waar altijd een frisse wind waait en hij heeft het meest fantastische uitzicht van heel Bequia. Het is er altijd gezellig en Toko is een uitstekende kok. Vis, schaal- en schelpdieren – kreeft is zo’n beetje de gehaktbal van de Caribbean - maar ook walvis en zeeschildpad staan regelmatig op zijn menu.

Die schildpad laten we aan ons voorbijgaan, maar walvis werd aangeprezen als DE bodem die je legt op oudejaarsavond, ter voorkoming van een kater op nieuwjaarsdag. Overigens in combinatie met “goat water” (geitensoep).

Begin januari leek het erop dat het weer zich iets minder ging misdragen, maar dat bleek maar schijn. De wind bleef oost en 25 knopen en de zeegang was behoorlijk. Daarom zeilden we via Carriacou en Grenada eerst naar Tobago, vanwaar we vertrokken naar Suriname.
Het werd een ruige overtocht. Aan onze wensen werd door de weergoden niet voldaan: de wind was noordelijker dan oost maar hard, de deining aanzienlijk, bijna nieuwe maan dus aardig wat tegenstroom, en maanlicht werd elke nacht minder.
We konden gemiddeld 50 graden aan de wind zeilen, maar de zeegang vormde een zware belasting voor bemanning en tuigage. Want niet alleen brak een plaatstalen harp van het bakstag van de hoofdmast; BENG! zei ook de beugel waarop het (loef)voorstag van de bezaan was bevestigd. Gelukkig bij daglicht zodat een noodstag in een mum van tijd stond en de noodreparatie was ook snel gepiept.

Vervelender is het als dingen bij nacht misgaan, bijvoorbeeld zoals toen we 30 mijl uit de kust van Guyana met volle vaart in een drijvend visnet zeilden.

Het net hing aan een Venezolaanse vissersboot die niet adequaat was verlicht (en het net zelf was uiteraard ongemarkeerd); bovendien was het kilometers lang, dus de wijde boog die we standaard rond vissersschepen maken was onvoldoende. Het snelst snijd je zo’n net los door zelf even te water te gaan, maar met die zeegang was dat veel te gevaarlijk: één klap van die stampende boot en je bent bewusteloos en verdrinkt. De bijbehorende Venezolaanse vissers hadden er ook geen trek in, maar na lang worstelen en diverse golven zeewater in de kuip lukte het ons zelf de boel los te snijden. Alleen jammer van onze mooiste pikhaak, die in het net bleef vasthaken en nu waarschijnlijk dienst doet op die Venezolaanse boot.

Vijf dagen op zee met wind die door de verstaging giert, het is iets waar je langzaam gek van zou kunnen worden. Dat je inderdaad ver heen bent, denk je als je stemmen begint te horen in het want! JW bleek het fenomeen al eerder te hebben ervaren maar nu hoorden we het allebei: je hoort continu muziek en zingen, of geroezemoes als in een druk café. Misschien pikt de verstaging een bepaalde radiofrequentie op?
In elk geval,toen we op in de vroege ochtend van de vijfde dag de Surinamerivier opzeilden, was vooral JW dolgelukkig. Het welkom door de leden van de Sailing Club Suriname was geweldig en de komende tijd gaan we hard aan de slag om onze eigen SCS-jachthaven in orde te maken.

       Vorige      Volgende