tumblr visitor stats

Met Miep de jungle in

  

Al ruim 10 jaar zijn we in Suriname en nog nooit heeft Miep de rivieren bevaren naar het binnenland. En volgend jaar gaat zij terug naar de Carieb… Dus we grijpen onze laatste kans om met onze zeilboot landschap en historie van Suriname te beleven. We varen met twee boten. Om redenen van veiligheid en het is ook gezellig met Carolin en Oomke van de Anna-Sophia. Een houten motorboot, gebouwd in Guyanese stijl.

Bij de monding van de Commewijne moeten we goed opletten want daar is een drempel. Keurig afgebakend met een kardinale boei, en als we de groene IALA-boeien C2-C4 volgen naar de eerstvolgende rode C1 is er niets aan de hand. Al zijn we er niet exact met laagwater, we zijn blij dat de mannen van de MAS ons vanuit de “Pasisi” de veilige route wijzen want het is minder diep dan de kaart aangeeft.
Afwisselend brommen en zeilen of een combinatie. De eerste dag ankeren we in de kreek van Alliance. Het is er een drukte van belang en we trekken de aandacht van vele vissers die enthousiast foto’s maken van Miep. Omgekeerd toerisme, of willen ze P in bikini in hun doosje vangen? Visser “Rambo” vroeg hoopvol: “Bent u alleen?” en droop teleurgesteld af toen JW zijn hoofd uit de kajuit stak.

We gebruiken niet ons hoofdanker, de Delta met ketting op de ankerlier, omdat we liever niet riskeren dat dat anker voor eeuwig achter een gezonk en boomstam blijft haken. Dus de Fortress met 8 m ketting en 25 m lijn, met het handje op te halen. Hij doet het prima in de vette Surinaamse klei en de vele tijstops houden P fit.

Voor Suriname is het verschrikkelijk jammer dat de bauxietindustrie is gestopt, maar voor ons is het prettig want nu hebben we de Cottica voor ons alleen.
De Cottica is in de vaargeul 15 m diep en kronkelt zich met 2 knopen snelheid als een slang door de jungle. Zodra de stroom zich tegen ons keert zoeken we een ankerplekje in een binnenbocht en genieten van het parwabos, waar de politievogel regelmatig zijn schrille fluit laat horen en overvliegende ara’s JW uit zijn middagdutje wakker schreeuwen.

Met stroom mee zwaaien we naar de enthousiaste dorpelingen van Wanhatti en varen nog een paar mijl door naar Paradijs, maar de body language van de locals lijkt weinig uitnodigend.

En de barricade voor boze geesten is breder dan het strand, dus we besluiten ons geluk niet te beproeven.
We gaan voor anker bij Wanhatti en melden ons bij de kapitein. Diens huis is niet te missen: wanstaltige Romeinse pilaren met gifgroene accenten rijzen op voor een fuchsiapaarse gevel; feilloos gecombineerd met een bijpassende bougainvillea op het terras en binnen zagen we monsterlijke draperieën in dezelfde affreuze kleurstelling. En alle vloeren getegeld met hoogglans 60x60 cm tegels.

Op de terugweg komen we tot onze verrassing toch een vrachtschip tegen, aangekondigd door een sleepboot die ons gebood stuurboord-wal te houden. Na een half uur kwam het zeeschip luid toeterend de hoek om. Bouterse heeft een deel van Moengo onlangs tot militair terrein verklaard en nu is het verboden gebied voor gewone stervelingen en het schip zal zijn ingehuurd om de laatste resten van Alcoa weg te halen. We hopen maar dat de opbrengst ten goede komt aan Suriname, en niet aan enkele personen.

       Vorige      Volgende