< Surinaams-Nederlands1

1 SurinaamsNederlands Nèt een beetje anders


Nèt een beetje anders.
De meeste Surinamers hebben geen bad maar een douche; toch zeggen ze altijd dat ze gaan “baden”. Verf wordt in Suriname niet geroerd maar gedraaid, evenals de nasi. Haar is niet lang maar groot. Ook de beleving van kleuren is bijzonder. Oranje noemen ze rood en rood is fel roze. Aubergine heet  “boulanger” (en tot onze verrassing in Guyana idem dito!), lente-ui is “prei” en een limoen een “lemmetje”. Bloem (meel) is “blom”, een eend een “doks”, een borrel heet een “shot”, priklimonade “een soft” en vruchtensap heet kortweg “sap”. De meeste planten met langwerpige bladeren die in een pol groeien, worden gemakshalve “lelie” genoemd. “Bokkepoot” is ook een aanduiding voor verschillende plantensoorten. Een braakliggend terrein heet een “bloot perceel”. Een klein persoon wordt aangeduid als “die korte” en een pleegkind is een “kweekje”.

In de winkel hoorde P een Creoolse dame met maat XXL, in haar hand een topje maat L, aan de winkeljuf vragen: “Dit is de laatste maat toch? Heb je niet breder?”
Surinamers “weten niet te zwemmen” en “velen van ze” (ook zo’n typische uitdrukking) zijn bang voor water. Als het niet diep is zeggen ze: “Het water is niet hoog.” Om wied (onkruid) te kappen gebruik je een houwer, een imposant hakmes dat er uitziet als een soort machete. Kroketje met mosterd besteld? Je krijgt ’m met piccalilly.

Onder (nee, niet op) de markt verkopen ze o.a. harde kip (ouwe soepkip) en warme vis (=gerookt). Als we een fietstochtje hebben gemaakt vragen ze of we leuk hebben gewandeld. We rijden met de dinghy naar de boot en de boot staat in de rivier.
Een flat is een bungalow en een balkon is een terras.
Als je aan iemand vraagt hoe laat het is, dan kan het 10 rechts van 11 zijn of kwart over half 2. Als? Dat woord wordt standaard heel anders gebezigd in Suriname.  “Kom kijken als alles klopt.” (of)

Tijdens Oud op Nieuw (ja: OP) worden er flink wat “bombels” en “bommen” afgestoken; eigenlijk begint het al in november. Naast vuurwerk hebben ze hier wel meer bommen, bijvoorbeeld de verfbom (lak in spuitbus) en de gasbom. De laatste is natuurlijk een gasfles. En de leverancier van de gasbommen heet: meneer Gasbommetje.

Heb je ergens een artikel besteld en is het nog niet gearriveerd (en dus zeker nog niet "ontpakt"), dan is het “zeilende”.
Marineren is “inleggen” en tijdens de buikspieroefeningen in de fitness-salon zegt de gymjuf: “Je moet je handen onder je zitplaats zetten en je benen wijd verspreiden.”

 


Ook het geschreven woord maakt ons vaak aan het lachen. In de Via 2000 (advertentiekrantje) lazen we: “Rani’s Konstruktie maakt goed en goedkoop werk. Hekwerk, dievenijzers, poorten, zonnekappen. Wij veranderen binnen 2 dagen uw scharnierpoort in een schuifpoort. Verder maken wij alles wat andere bedrijven maken.” [...]
In Suriname is vreemdgaan een volstrekt normaal en geaccepteerd verschijnsel en het wordt niet eens gezien als vreemdgaan. De gemiddelde Surinaamse man heeft minstens één “buitenvrouw” en liefst meer (Marius heeft niet voor niets de bijnaam “Papa Lekker”). En niet alleen de lusten, maar ook de financiële lasten worden gelijkelijk verdeeld over alle buitenvrouwen. In het omgekeerde geval heet het verschijnsel “buitenman”, alleen hoeven er in dat geval geen penningen te worden afgedragen... Emancipatie??

Multi-inzetbare woorden.
Nummer 1 is het werkwoord “zetten”. Het komt uitgebreid aan bod in het volgende hoofdstuk. Maar ook “dat ding” is multi-purpose. Hoeft niet per se te worden ingezet ter vervanging van een substantief waar ze even niet op kunnen komen: “Dan moet je eerst... hoe heet dat ding” kan ook betekenen: “Je moet eerst plamuren.”
Nummer 3 is “rommels”: elk type ongerechtigheid zoals zand in de sla, onkruid in de tuin, vervelende gebeurtenissen en onaangenaamheden in het algemeen. Maar ook: een dronken man praat rommels, enz.
 

         vorige <  1  2  3  4  5  6  7  8  > volgende

  Home | 1 Nèt een beetje anders | 2 Hosselen of pinaren? | 3 Dan blijft het zo | 4 Eén cups, twee cupsen | 5 Klop klop! | 6 Boomkip en waterkip | 7 Het schreeuwt in m'n broek | 8 Dus dát