tumblr visitor stats

5 SurinaamsNederlands Klop klop!

Voorzetsels. Het voorzetsel-gebruik blijft merkwaardig. Groente en fruit kopen we “onder” de markt, waarschijnlijk ingegeven door het feit dat markten hier allemaal overdekt zijn. Vragen we Wensly wanneer de balkonleggers worden gemonteerd, dan antwoordt hij: “Achter de schaft.” Na de middag dus.
Een Surinamer zegt trouwens niet iets tegen je, maar spreekt tot je. Dus als ze je opbellen en niet hun naam zeggen (dit is normaal), en je wil vragen: Met wie spreek ik? dan zeg je kortweg: “Tot wie.” 
Het voorzetsel “voor” lijkt hier te pas en te onpas te worden gebruikt: “Je moet niet voor me liegen hoor.” (tegen)
“Ik ga visballetjes voor je sturen.” (naar/aan)
“Ik kom morgen pom voor je brengen.” (naar/aan)
“Ze hebben het verkocht voor hem.” (aan)
“… je fruit een ui en dan zet je een beetje suiker en een peper ervoor…” (in)
“In de droge tijd zet je koeienmest voor je planten.” (geef je aan je planten)
Bami, nasi, teloh
Ook andere voorzetsels worden op een andere manier gebruikt dan in Nederland:
“Kom maar na twee uren.” (over)
“Je moet niet met me lachen.” (om)
“Mevrouw Ingrid heeft gisteren tot me gesproken.” (tegen)
“Hij heeft 100 dollar bij me genomen.” (van)
“Je moet niet boos met me worden.” (op)
“Je moet niet huilen over een poes.” (om)
“Vandaag zijn er bamboescheuten onder de markt.” (op)
“Ik kom tegen 10 uur.” (om)
En Mia blijft achter haar dochters oren zeuren tot ze weet wat ze bedoelt. (aan)

Coronie overheidsgebouwen
Nieuwe woorden. Als je naar de stad gaat om wat lastigs gedaan te krijgen, trek je het beste een kort rokje aan want dat helpt. Het helpt eigenlijk een beetje te goed want je krijgt onmiddellijk allerlei aanbiedingen: “Gudu zal ik vanmiddag voor je koken en ik kan je nog veel meer verwennen”, “Hee schatje wil je met me trouwen”, “Zal ik je mijn cell(gsm)nummer geven dan kun je me bellen als je me nodig hebt”, enz. Dit heet “chanten” en dat is onder de jeugd het nieuwe woord voor het oudste tijdverdrijf in Suriname: versieren.
“Schat ik móét nú met je neuken,” zei een man tegen P toen die om 10 uur 's morgens een foto stond te maken van het zojuist van nieuwe reclameschilderingen voorziene café Nieuwe Haven. Jaja.
Café Nieuwe Haven
Bijgeloof.
Suriname zit vol met eigenaardige gebruiken en bijgelovigheden. De Chinees is open van 0700 tot 2100, maar na 1800 uur verkoopt hij geen spijkers. Brengt namelijk ongeluk. Hetzelfde geldt voor petroleum, maar hij verkoopt wel benzine (als hij ook een tankstation heeft) dus we begrijpen er niks van.
Je mag ook niet ’s avonds je huis vegen (“bezemen”) want dan veeg je al je geluk naar buiten.
Als het onweert (“bliksemt”), zou de bamboe de volgende morgen allemaal jonge scheuten hebben. (We hebben het gecontroleerd maar het is niet waar.)
Tijdens het plukken van een eend (“doks”) mag je absoluut niet praten want dan krijgt hij onmiddellijk nieuwe veren die je ook weer moet plukken.
Geef je iemand een paar pepers, dan geef je ze niet in de hand maar je legt ze ergens neer zodat de ander ze kan pakken, want anders krijg je ruzie.

Spreken en spellen. Surinamers spreken sommige woorden met extra nadruk uit, zeker als ze een beetje verontwaardigd zijn (en dat zijn ze al gauw). Als iemand ons iets vertelt over een brutale daad van een ander, kunnen wij lauwtjes zeggen: Je meent het. Zij zeggen: “Je jókt! Zo vrijpóstig, mijn gúnst!!”
Savannerally
Hoewel Surinamers dus allerminst binnensmonds praten, verdwijnt toch vaak de t aan het eind van een woord. Zo kopen ze “tweetak”olie bij de “supermark” en stond er op de boodschappenlijst van onze elektriciën “20x stopcontak”. Het heeft niets te maken met articuleren en ook niet met het feit dat de op één na laatste letter van alle genoemde voorbeelden een k is, want langs de weg zie je regelmatig bordjes: “Te koop: kippenmes”
En als de t niet wordt ingeslikt, wordt ie wel verwisseld met de medeklinker ervoor. Analoog aan veel Nederlanders die spreken over de geps van een riem, hebben ze hier o.a. gits en wordt meneer Twist vaak Twits genoemd.
Pompelmoes
De meeste mensen die in Suriname buiten de stad wonen, hebben hun hek en voordeur open staan en er is geen bel. Maar Surinamers zijn te beleefd om zomaar binnen te lopen. Hoor je “klop klop” roepen, dan weet je dat je bezoek hebt. Maar “klop klop” is meestal overbodig omdat de harige vierpotige bel uitmuntend functioneert. Behalve Boris maar die is dan ook op noodlottige wijze aan zijn einde gekomen.
Ramona en Boris

         vorige <  1  2  3  4  5  6  7  8  > volgende

  Home | 1 Nèt een beetje anders | 2 Hosselen of pinaren? | 3 Dan blijft het zo | 4 Eén cups, twee cupsen | 5 Klop klop! | 6 Boomkip en waterkip | 7 Het schreeuwt in m'n broek | 8 Dus dát